Home > Het Beroep > De bedrijfsrevisor > Audit van de jaarrekening

Audit van de jaarrekening

Het oordeel van de bedrijfsrevisor over het getrouw beeld van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening is gebaseerd op het geheel van controlewerkzaamheden, ook aangeduid als de “audit”. Het grootste deel van de audits gebeurt in het kader van het wettelijke mandaat van commissaris.

Alle grote ondernemingen, alsook de zeer grote vzw’s en de zeer grote stichtingen, zijn verplicht een commissaris te benoemen om verslag uit te brengen aan de algemene vergadering over de jaarrekening en desgevallend over de geconsolideerde jaarrekening.
 

Het mandaat van commissaris


Een vennootschap is groot en moet een commissaris aanstellen wanneer:
  • zij op balansdatum van het laatste afgesloten boekjaar meer dan één van de volgende drempels overschrijdt:
    • jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
    • jaaromzet (exclusief btw): 9.000.000 euro
    • balanstotaal: 4.500.000 euro

Zo ook moet een vzw of stichting, als zeer groot worden beschouwd en een commissaris hebben indien:

  • haar gemiddeld personeelsbestand (in voltijdse equivalenten) op jaarbasis meer dan 100 bedraagt of
  • zij meer dan één van de volgende drempels overschrijdt:
    • jaargemiddelde van het personeelsbestand (in voltijdse equivalenten): 50
    • ontvangsten op jaarbasis, andere dan uitzonderlijke ontvangsten (exclusief btw): 
      7.300.000 euro
    • balanstotaal: 3.650.000 euro

De wet bepaalt dat de raad van bestuur of de zaakvoerder een kandidaat-commissaris voorstelt. De benoeming gebeurt door de algemene vergadering, dit na advies van de ondernemingsraad in vennootschappen, die ook de bezoldiging van de commissaris vaststelt. Het honorarium moet toelaten om de naleving van de controlenormen van het Instituut te kunnen waarborgen.

De commissaris wordt benoemd voor een periode van drie jaar. Tijdens die periode kan hij worden ontslagen door de algemene vergadering, maar dit ontslag kan alleen om een ernstige wettige reden, zoals nalatigheid, lichamelijke ongeschiktheid, enz. Als de ingeroepen reden niet wettig is, kan de bedrijfsrevisor een schadevergoeding eisen. De commissaris kan ook zelf zijn ontslag indienen, maar in principe enkel wegens gewichtige persoonlijke redenen, bijvoorbeeld ziekte, of op een algemene vergadering waaraan hij de redenen voor zijn ontslag uiteenzette.

 

Het commissarisverslag


De wet van 7 december 2016 heeft belangrijke wijzigingen aangebracht aan de inhoud van het commissarisverslag, d.i. aan de artikelen 144 (voor de jaarrekening) en 148 (voor de geconsolideerde jaarrekening) van het Wetboek van vennootschappen.
 
Sinds 2014 zijn de Internationale controlestaandaarden (International Standards on Auditing, ISA’s) van toepassing op de controle van alle entiteiten. Het IBR heeft tevens een bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s aangenomen dat van toepassing is op het commissarisverslag bovenop de ISA’s.
 
Het commissarisverslag omvat twee verslagen.
 
Het eerste verslag van het commissarisverslag bestaat uit elementen die in het artikel 144, §1, 1°, 2°, 4° en 7° van het Wetboek van vennootschappen zijn opgenomen, meer bepaald:
 
  • een inleiding, waarin ten minste wordt vermeld op welke jaarrekening de wettelijke controle betrekking heeft, welke vennootschap onderworpen is aan de wettelijke controle, wie tussenkomt in de benoemingsprocedure van de commissarissen bedoeld in artikel 130, de datum van de benoeming van de commissarissen, de termijn van hun mandaat, het aantal opeenvolgende boekjaren dat het bedrijfsrevisorenkantoor of het geregistreerd auditkantoor, of, bij gebrek eraan, de bedrijfsrevisor belast is met de wettelijke controle van de jaarrekening van de vennootschap sinds de eerste benoeming, en volgens welk boekhoudkundig referentiestelsel de jaarrekening werd opgesteld, alsook de periode waarop de jaarrekening betrekking heeft ;
  • een beschrijving van de reikwijdte van de controle, waarin ten minste wordt aangegeven welke normen voor de controle bij de uitvoering ervan zijn in acht genomen en of de commissaris van het bestuursorgaan en aangestelden van de vennootschap de toelichtingen en de informatie heeft bekomen die nodig zijn voor zijn controle;
  • in voorkomend geval, een verklaring betreffende materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die mogelijk aanzienlijke twijfel doen rijzen over het vermogen van de vennootschap om haar bedrijfsactiviteiten voort te zetten;
  • een oordeel waarin de commissaris aangeeft of volgens hem de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van de vennootschap overeenkomstig het toepasselijk boekhoudkundig referentiestelsel en, in voorkomend geval, of de jaarrekening aan de wettelijke vereisten voldoet.

Het oordeel kan de vorm aannemen van:

  • een oordeel zonder voorbehoud, indien de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang betreft, rekening houdend met de wettelijke en reglementaire voorschriften, alsook met de boekhoudstandaarden waaraan wordt gerefereerd;
  • een oordeel met voorbehoud, indien de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met hetzij een beperking in de uitvoering van de werkzaamheden, hetzij een onenigheid met de leiding in verband met de weerhouden boekhoudregels en -methodes, hun toepassingsmodaliteiten of de geschiktheid van de informatie die in de (geconsolideerde) jaarrekening wordt gegeven;
  • een afkeurend oordeel, indien de revisor met de leiding van mening verschilt op verschillende punten die dermate belangrijk zijn dat zelfs geen verklaring met voorbehoud kan worden afgeleverd. Dit verschil in mening moet zijn oorsprong vinden in het feit dat de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening geen getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële toestand of de resultaten, of in het feit dat de jaarrekening niet werd opgesteld overeenkomstig de voorschriften van het gebruikte boekhoudkundig referentiestelsel, zodat het getrouw beeld fundamenteel wordt aangetast;
  • een onthoudende verklaring (of oordeelonthouding), indien de verstrekte informatie dermate ontoereikend is dat het onmogelijk is om een gefundeerd oordeel te geven over het getrouw beeld van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening of indien de toestand van de entiteit wordt gekenmerkt door talrijke onzekerheden, die op betekenisvolle wijze de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening beïnvloeden.

Het tweede verslag van het commissarisverslag bevat de vermeldingen zoals beschreven door artikel 144, §1, 3°, 6°, 8°, 9°, 10° en 11°, meer bepaald :

  • een vermelding die aangeeft dat de boekhouding is gevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn;
  • een oordeel dat aangeeft of het jaarverslag in overeenstemming is met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en of het is opgesteld overeenkomstig de artikelen 95 en 96;
  • een vermelding die aangeeft of de resultaatverwerking die aan de algemene vergadering wordt voorgelegd, in overeenstemming is met de statuten en met dit Wetboek;
  • de vermelding of de commissaris kennis heeft gekregen van verrichtingen gedaan of beslissingen genomen met overtreding van de statuten of van de bepalingen van dit Wetboek. Deze laatste vermelding kan echter worden weggelaten wanneer de openbaarmaking van de overtreding aan de vennootschap onverantwoorde schade kan berokkenen, onder meer omdat het bestuursorgaan gepaste maatregelen heeft genomen om de aldus ontstane onwettige toestand te verhelpen;
  • een vermelding die aangeeft of de documenten die overeenkomstig artikel 100, § 1, 5°, 6°/1, 6°/2 en § 2 moeten worden neergelegd zowel qua vorm als inhoud de door dit Wetboek verplichte informatie bevatten;
  • een vermelding ter bevestiging, enerzijds, dat de commissaris geen opdrachten heeft verricht die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening en dat zij in de loop van zijn mandaat onafhankelijk is gebleven tegenover de vennootschap en, anderzijds, dat de bedragen voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening bedoeld in artikel 134 desgevallend correct zijn vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de jaarrekening. Indien dit niet het geval is, vermeldt de commissaris de gedetailleerde informatie zelf in zijn commissarisverslag.  

Indien het gaat om een organisatie van openbaar belang, voorziet artikel 526bis, §6, 5) van het Wetboek van vennootschappen, zoals de Europese auditverordening, dat de commissaris in zijn verslag ook bevestigt dat dit consistent is met de aanvullende verklaring aan het auditcomité bedoeld in artikel 11 van voormelde verordening.

Dit tweede verslag bevat vermeldingen die geen betrekking hebben op het oordeel van de commissaris over het getrouw beeld over de jaarrekening waarover in het eerste verslag wordt gerapporteerd.

Overigens voorziet het artikel 144, §1, 5° van het Wetboek van vennootschappen dat het commissarisverslag tevens een verwijzing kan bevatten naar bepaalde aangelegenheden waarop de commissaris in het bijzonder de aandacht vestigt ongeacht of al dan niet een voorbehoud werd opgenomen in het oordeel. De wetgever heeft in het Wetboek van vennootschappen de mogelijkheid willen voorzien dat de commissaris, desgevallend, een paragraaf ter benadrukking van bepaalde aangelegenheden in het eerste verslag of, desgevallend, een paragraaf inzake overige aangelegenheden (in het eerste dan wel het tweede verslag) kan opnemen.

Op het einde van zijn commissarisverslag, vermeldt de commissaris zijn vestigingsplaats. Het verslag wordt ondertekend en gedagtekend door de commissaris.

  • ICCI - Informatiecentrum voor het bedrijfsrevisoraat