Home > Het Beroep > De bedrijfsrevisor > Beroepsethiek

Beroepsethiek

Het deontologisch kader van de bedrijfsrevisoren bestaat voornamelijk uit het koninklijk besluit van 10 januari 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren evenals uit andere wetgevende, regelgevende of normatieve instrumenten zoals de gecoördineerde wet van 22 juli 1953, het Wetboek van vennootschappen, het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en  de normen en aanbevelingen van het Instituut.

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren wenst de deontologie van het beroep grondig te hervormen. Tussen 15 september 2011 en 9 januari 2012 liep er een openbare raadpleging over een ontwerp van nieuwe deontologische code.

Deze Code zal de bedrijfsrevisoren een volledig gemoderniseerd en coherent kader aanbieden dat in overeenstemming is met de ontwikkelingen op internationaal niveau, in het bijzonder de Europese auditrichtlijn van 2006 en de Ethische Code die in 2009 werd gepubliceerd door de International Ethics Standards Board for Accountants (IESBA).

Het nieuw deontologisch kader van het IBR is bedoeld ter vervanging van het koninklijk besluit van 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren en van de normen inzake bepaalde aspecten die verband houden met de onafhankelijkheid van de commissaris, zoals aangenomen door het IBR op 30 augustus 2007.

De deontologische Code zal, samen met een voorstel tot invoering van een norm of een koninklijk besluit ter vervanging van het koninklijk besluit van 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren, worden voorgelegd aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en aan de Minister bevoegd voor Economie. De bedrijfsrevisoren zullen dan beschikken over een coherent, gemoderniseerd deontologisch kader, conform de internationale verplichtingen en eenvormig op Belgisch juridisch vlak.

  • ICCI - Informatiecentrum voor het bedrijfsrevisoraat