Organen van het Belgisch systeem van publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren

De Auditrichtlijn van de Europese Commisie van 17 mei 2006 vereist dat de Europese lidstaten een doeltreffend stelsel van publiek toezicht opzetten voor wettelijke auditors en auditkantoren.
Verder vereist deze Auditrichtlijn dat op het stelsel van publiek toezicht de eindverantwoordelijkheid rust voor het toezicht op:

  • De toelating en registerinschrijving van wettelijke auditors en auditkantoren;
  • De goedkeuring van normen op het gebied van beroepsethiek en interne kwaliteitbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden;
  • Permanente scholing, kwaliteitsborging en onderzoeks- en tuchtregelingen.

In uitvoering van de Auditrichtlijn maken de volgende instanties in België deel uit van het stelsel van publiek toezicht :

De Minister bevoegd voor Economie

De minister bevoegd voor Economie is belast met de goedkeuring van normen op het gebied van beroepsethiek en interne kwaliteitsbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden.

 

De Procureur-generaal

De Procureur-generaal kan beroep aantekenen tegen elke beslissing van de Raad van het Instituut inzake het bijhouden van het openbaar register.

 

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen

De Hoge Raad voor de Economische Beroepen is belast met de goedkeuring van normen op het gebied van beroepsethiek en interne kwaliteitsbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden. De adviezen, omzendbrieven en mededelingen dienen te worden overgemaakt aan de Hoge Raad tegelijkertijd met de overmaking aan de bedrijfsrevisoren. De Hoge Raad zal belast worden met een onderzoek a posteriori.
 
 

Het Advies- en Controlecomité op de Onafhankelijkheid van de Commissaris (ACCOM)

Dit orgaan is belast met twee soorten opdrachten:

  • Het verlenen van een afwijking, op verzoek van een bedrijfsrevisor , op het algemeen principe uit het Wetboek van vennootschappen inzake de “one-to-one”-regel, waardoor de activiteiten die een bedrijfsrevisor of een bedrijfsrevisorenkantoor (en zijn netwerk) mag uitvoeren, beperkt worden ingeval hij met een opdracht van wettelijke controle is belast;
  • Het verlenen van een afwijking, ingeval de Raad van het instituut dit voorstelt, teneinde een bedrijfsrevisor toe te laten om een functie van bediende of om een handelsactiviteit uit te oefenen, zoals bijvoorbeeld de hoedanigheid van bestuurder van een handelsvennootschap.

 

De Kamer van Verwijzing en Instaatstelling

De Kamer van Verwijzing en Instaatstelling (KVI) is een instelling van openbaar nut samengesteld uit drie directeurs, waaronder een voorzitter, allen extern aan het beroep en aangeduid door de Koning. Deze Kamer is onder meer bevoegd voor de instaatstelling van tuchtdossiers ingeleid door de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, voor de opvolging van klachten tegen een bedrijfsrevisor, voor het toezicht op de conclusies aangenomen door de Raad van het Instituut ten gevolge van uitgevoerde kwaliteitscontroles. Zij kan eveneens, hetzij de Raad van het Instituut verzoeken bijkomende onderzoeksdaden uit te voeren die worden nuttig geacht, hetzij daartoe een deskundige aanduiden onder de leden van de Kamer, de bedrijfsrevisoren of de erebedrijfsrevisoren.
 
 

De tuchtinstanties: Tuchtcommissie en Commissie van beroep

Een bedrijfsrevisor die zijn verplichtingen niet nakomt kan tuchtstraffen oplopen (de waarschuwing, de berisping, het verbod om bepaalde opdrachten te aanvaarden of verder te zetten, de schorsing van ten hoogste een jaar, de schrapping). De tuchtstraffen worden opgelegd door onafhankelijke tuchtinstanties onder voorzitterschap van een beroepsmagistraat.
 
 

Tuchtcommissie

(Gecoördineerde wet van 22 juli 1953, art. 58; KB dd 5 maart 2004 en 22 maart 2006; KB dd 30 april 2007, KB dd 19 september 2008, 21 augustus 2009, 22 december 2009)

De beroepstucht wordt in eerste aanleg gehandhaafd door een Tuchtcommissie. Deze Commissie bestaat uit twee kamers, waarvan één Nederlandstalige en één Franstalige. Elk van beide kamers is samengesteld uit een voorzitter, rechter in functie in de Rechtbank van Koophandel op het ogenblik van zijn benoeming, alsmede uit een lid die niet behoort tot het beroep van bedrijfsrevisor en die wordt benoemd door de Koning op voordracht van de Minister van Economie en uit een door de Raad aangeduide bedrijfsrevisor. De voorzitter wordt benoemd door de Koning op voordracht van de Minister van Justitie. Voor elk effectief lid wordt minstens een plaatsvervangend lid aangewezen. De effectieve en plaatsvervangende leden worden voor een hernieuwbare periode van zes jaar benoemd.
 
Samenstelling:
 
A. Nederlandstalige Kamer
 
​Effectieve leden ​Plaatsvervangende leden
Voorzitters​ ​

Greta KIPS (2012-2016)
Ondervoorzitster van de Rechtbank van Koophandel te Gent

​Thomas VAN HOUTTE (2012-2016)
Rechter bij de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen

​Externe leden ​
​Karen HOFMANS (2014-2020) ​Christoph VAN DER ELST (2014-2020)
​Leden-Bedrijfsrevisoren ​
​André CLYBOUW (2011-2017) ​Ludo RUYSEN (2012-2018)
Dirk VAN VLAENDEREN (2012-2018)
 
B. Franstalige Kamer
 
​Effectieve leden ​Plaatsvervangende leden
Voorzitters ​
​Renée RUBINSTEIN (2010-2016)
Ondervoorzitter bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel
​Patrice LIBIEZ (2010-2016)
Rechter bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel
​Externe leden ​
Ariel GONZALES (2014-2020) ​Stéphanie ETIENNE (2014-2020)
​Leden-Bedrijfsrevisoren ​
​Robert PEIRCE (2012-2018)

​Pierre ANCIAUX (2012-2018)
Denys LEBOUTTE (2007-2013)
Martine PIRET (2012-2018)

 
 

Commissie van Beroep

 
(Gecoördineerde wet van 22 juli 1953, art. 63; KB dd 5 maart 2004, KB dd 19 september 2008, 21 augustus 2009)
 
Het hoger beroep tegen beslissingen van de Tuchtcommissie wordt aanhangig gemaakt bij de Commissie van Beroep. Deze Commissie bestaat uit twee kamers, waarvan een Nederlandstalige en een Franstalige. Elk van beide kamers is samengesteld uit een voorzitter, raadsheer in functie bij een Hof van Beroep op het ogenblik van zijn benoeming, uit een rechter in een Rechtbank van Koophandel en een rechter in een Arbeidsrechtbank, beiden in functie op het ogenblik van hun benoeming, allen voorgedragen door de Minister van Justitie en benoemd door de Koning, alsmede uit twee bedrijfsrevisoren verkozen door de algemene vergadering van het Instituut. Voor elk effectief lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De effectieve en plaatsvervangende leden worden voor een hernieuwbare periode van zes jaar benoemd.
 
Samenstelling:
 
A. Nederlandstalige Kamer
 
Effectieve leden​ ​Plaatsvervangende leden
Voorzitters
​Paul BLONDEEL (2010-2016)
Kamervoorzitter bij het Hof van Beroep te Brussel
​Dries VANDEPUTTE (2010-2016)
Raadsheer bij het Hof van Beroep te Gent
​Leden-Magistraten ​

​Luc DE DECKER (2010-2016)
Voorzitter bij de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen

Elisabeth D'ERBÉE (2010-2016)
Rechter bij de Arbeidsrechtbank te Antwerpen

​André BUYSSE (2010-2016)
Rechter bij de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen

Philippe DESCAMPS (2010-2016)
Rechter bij de Arbeidsrechtbanken te Kortrijk, Ieper en Veurne

Leden-Bedrijfsrevisoren ​

​Geert VERSTRAETEN (2010-2016)
Ludo CARIS (2008-2014)

​Diane BREESCH (2013-2019)
Freddy CALUWAERTS (2011-2017)
 
 
B. Franstalige Kamer
 
Effectieve leden​ ​Plaatsvervangende leden
Voorzitters​ ​
​Martine CASTIN (2010-2016)
Kamervoorzitster bij het Hof van Beroep te Bergen
​Laurence MASSART (2010-2016)
Raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel
​Leden-Magistraten ​

​Marc Olivier PÂRIS (2010-2016)
Voorzitter bij de Rechtbanken van Koophandel te Dinant en Marche-en-Famenne

Rudy GHYSELINCK (2010-2016)
Voorzitter bij de Arbeidsrechtbank van Doornik

​Emmanuel SCHOENMAECKERS (2010-2016)
Rechter bij de Rechtbank van Koophandel te Charleroi

Véronique TORDEUR (2010-2016)
Rechter bij de Arbeidsrechtbank van Hoei

​Leden-Bedrijfsrevisoren ​
​Baudouin THEUNISSEN (2012-2018)
Alexis PALM (2012-2018)
​Pol FIVEZ (2008-2014)
Bernard DE GRAND RY (2012-2018)
 
  • ICCI - Informatiecentrum voor het bedrijfsrevisoraat