26 februari 2026

De Europese durfkapitaalfondsen – ook EuVECA-fondsen genoemd (European Venture Capital Funds) – zijn erop gericht de groei en innovatie van kmo’s binnen de EU te stimuleren. Ze zijn onderworpen aan de EuVECA-Verordening[1]. Deze Europese verordening legt uniforme regels vast voor de beheerders van in de EU gevestigde alternatieve beleggingsfondsen[2] die ervoor kiezen met het EuVECA-label te werken. Wanneer aan de voorwaarden van de EuVECA-verordening is voldaan, mag het EuVECA-label binnen de EU worden gebruikt bij de marketing van deze fondsen. De doelgroep van de beleggers is scherp afgebakend: EuVECA-fondsen mogen enkel worden aangeboden aan professionele beleggers, of aan andere beleggers die zich ertoe verbinden minstens 100.000 EUR te investeren en die bovendien in een afzonderlijk document schriftelijk bevestigen dat ze de risico’s begrijpen.

Momenteel heeft de Autoriteit voor financiële diensten en markten (FSMA) zeven Belgische beheerders geregistreerd onder de EuVECA-verordening[3].

Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren werd onlangs gecontacteerd door de FSMA over de interpretatie en toepassing van artikel 12, lid 2 van de EuVECA-verordening. Deze bepaling luidt als volgt:

“Ten minste eenmaal per jaar wordt een audit van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds uitgevoerd. De audit dient te bevestigen dat geldmiddelen en activa worden aangehouden op naam van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en dat de beheerder van een in aanmerking komend durfkapitaalfonds een behoorlijke boekhouding en controlemaatregelen heeft ingesteld en toepast met betrekking tot het gebruik van mandaten of zeggenschap over de geldmiddelen en activa van het in aanmerking komende durfkapitaalfonds en de beleggers daarin.”

Rekening houdend met de praktijk in de ons omringende landen is de Raad van het IBR van mening dat de opdracht voor de commissarissen in het kader van artikel 12, lid 2 van de EuVECA-verordening als volgt kan worden uitgevoerd:

  • Commissarissen kunnen de opdracht bedoeld in artikel 12, lid 2 uitvoeren, maar de EuVECA-verordening schrijft niet voor dat deze opdracht moet uitmonden in een specifieke publieke verklaring van de commissaris. Er is dus geen verplichting tot rapportering.
  • Het beroepsgeheim van de commissaris[4] blijft volledig van toepassing.
  • Het gaat om een bijzondere opdracht die, hoewel niet voorbehouden voor de commissaris, in de praktijk wel wordt uitgevoerd in het verlengde van de controle van de jaarlijkse financiële rekeningen van het durfkapitaalfonds (waarvan sprake in artikel 12, lid 1 van de EuVECA-verordening). Het is aangewezen dat de commissaris deze opdracht uitvoert in overeenstemming met ISAE 3000 (Herzien), Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie. Het ISAE 3000-verslag kan enkel worden overgemaakt aan het bestuursorgaan van het durfkapitaalfonds. In het kader van haar toezichtsbevoegdheid kan de FSMA om mededeling van dit verslag verzoeken bij het bestuursorgaan van het betrokken fonds.

-----------------------------------------------------------

[1] Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen

[2] Bedoeld zijn de Alternative Investment Fund Managers of AIFM’s.

[3] De Belgische EuVECA-fondsen worden opgenomen in het ESMA-register. Voor meer informatie, zie FSMA - Congress columns 2025 - Sector overview and supervision of asset management (p. 80).

[4] Bedoeld is het beroepsgeheim van de bedrijfsrevisor, opgenomen in artikel 86 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.

Gerelateerd