2 november 2026

Met dit advies wenst de Raad verduidelijking te verschaffen over de reikwijdte van de informatie die componentauditors of bedrijfsrevisorenkantoren op uitdrukkelijk verzoek van de groepsauditor kunnen meedelen, in het bijzonder met betrekking tot de resultaten van kwaliteitscontroles uitgevoerd door het College van toezicht op de bedrijfsrevisoren.

Dit advies kadert in de toepassing van de herziene ISA 600, Bijzondere overwegingen - Controles van financiële overzichten van een groep (inclusief de werkzaamheden van auditors van groepsonderdelen). Deze standaard bepaalt onder meer dat, indien informatie over de resultaten van externe inspecties met betrekking tot een auditor van een groepsonderdeel aan de opdrachtpartner op groepsniveau wordt verstrekt of op een andere wijze ter beschikking wordt gesteld, deze de relevantie van deze informatie bepaalt om vast te stellen of de auditor van het groepsonderdeel de geschikte competenties en capaciteiten heeft voor de uitvoering van de hem toegewezen auditprocedures bij het groepsonderdeel.

De Raad herinnert er vooreerst aan dat inspectieverslagen gevoelige informatie kunnen bevatten, onder meer met betrekking tot specifieke dossiers. Dergelijke informatie kan onder het beroepsgeheim vallen en onderworpen zijn aan de interne beleidsregels (“office policies”) die binnen de kantoren en netwerken van toepassing zijn.

De Raad is van oordeel dat, in het kader van een specifiek dossier waarin de groepsauditor een vraag heeft gesteld aan de auditor van een groepsonderdeel, de mededeling van informatie die voortvloeit uit een kwaliteitsinspectie moet worden omkaderd door de volgende beginselen.

Vooreerst dient deze mededeling in principe beperkt te blijven tot de strikt noodzakelijke en relevante elementen. In dit verband is de mededeling van het volledige inspectieverslag in principe niet toegestaan, met name gelet op de beperkingen die voortvloeien uit het beroepsgeheim.

In toepassing van artikel 86, § 2 van de wet van 7 december 2016 betreffende de organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, zijn de bedrijfsrevisoren die betrokken zijn bij de controle van de geconsolideerde jaarrekening ten aanzien van elkaar vrijgesteld van het beroepsgeheim. Deze afwijking is strikt beperkt tot de uitwisseling van informatie die noodzakelijk is voor de controle van de geconsolideerde jaarrekening en kan niet worden uitgebreid tot wettelijke controleopdrachten buiten het kader van een groepsaudit.

Daarnaast kunnen algemene gegevens worden meegedeeld, zoals de data van de meest recente inspecties, de mogelijkheid om te verwijzen naar publiek beschikbare informatie (met name transparantieverslagen), of algemene elementen met betrekking tot het stelsel van kwaliteitsmanagement, met inbegrip van de bevestiging dat dit stelsel in overeenstemming is met ISQM.

Tot slot is de Raad van oordeel dat, wanneer externe inspecties voor een bepaald dossier belangrijke tekortkomingen aan het licht brengen die een impact kunnen hebben op de groepsaudit, het aangewezen is om de betrokken groepsauditor hierover te goeder trouw te informeren, als deze daarom verzoekt.

De Raad nodigt de bedrijfsrevisoren uit om bij de toepassing van dit advies professioneel oordeel aan de dag te leggen en daarbij te waken over een evenwicht tussen de vereisten inzake auditkwaliteit en de deontologische en wettelijke verplichtingen.

Gerelateerd