24 juni 2015

Het beroepsgeheim van de bedrijfsrevisor omvat alle feiten en inlichtingen van vertrouwelijke aard waarvan hij omwille of naar aanleiding van de uitoefening van zijn beroep, kennis heeft gekregen. Het niet-naleven van het beroepsgeheim kan strafrechtelijk worden vervolgd. Er bestaan evenwel een aantal uitzonderingen op de zwijgplicht. 

Hoe dient de bedrijfsrevisor om te gaan met het beroepsgeheim in het kader van een huiszoeking en eventueel van een inbeslagneming? Wordt het beroepsgeheim opgeheven wanneer de bedrijfsrevisor bijvoorbeeld wordt opgeroepen als getuige in het kader van een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek, als beklaagde voor de correctionele rechtbank, enz.? Woont een vertegenwoordiger van de Raad van het IBR de huiszoeking in het kantoor en op domicile van de bedrijfsrevisor steeds bij? Wat doe je en wat doe je best niet bij een verhoor en bij een huiszoeking?

Een antwoord op deze en vele andere vragen zijn terug te vinden in een nieuwe praktische brochure, gepubliceerd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren die hieronder is opgenomen :

Gerelateerd

Nieuwe wijziging van de wet van 7 december 2016 – samenvatting van de wijzigingen voor de bedrijfsrevisoren

Camille Luxen, verantwoordelijke juridische zaken IBR

Mededeling 2022/08: Wijziging van de voorwaarden voor de toekenning en tot intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisoren door het Instituut en verruiming van de uitzondering op het beroepsgeheim

Advies 2021/14: Te nemen maatregelen ingeval een bedrijfsrevisor als commissaris werd benoemd zonder daarvan op de hoogte te zijn gebracht – vervanging van advies 2011/09