18 juli 2022

De wet van 20 juli 2020 houdende diverse bepalingen tot voorkoming van het
witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het
gebruik van contanten zette de vijfde Antiwitwasrichtlijn om in Belgisch recht en

wijzigde verschillende bepalingen van de wet van 7 december 2016.

Deze aanvullingen hebben de Raad van het IBR ertoe aangezet om, ter behartiging
van de belangen van de bedrijfsrevisoren, op 20 januari 2021 een
vernietigingsberoep bij het Grondwettelijk Hof in te stellen tegen de artikelen 147,
148, 151 en 152 van de wet van 20 juli 2020, wegens schending van de artikelen
10 (gelijkheidsbeginsel) en 11 (niet-discriminatiebeginsel) van de Grondwet en van
artikel 6.1 (recht op een eerlijk proces) en artikel 7 (geen straf zonder wet) van het

Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Het arrest 7/2022 van 20 januari 2022 van het Grondwettelijk Hof heeft de eisen
van het IBR gedeeltelijk aanvaard, maar heeft geleid tot een nieuwe wijziging van
de wet van 7 december 2016.

Gerelateerd

Nieuwe wijziging van de wet van 7 december 2016 – samenvatting van de wijzigingen voor de bedrijfsrevisoren

Camille Luxen, verantwoordelijke juridische zaken IBR

De omvang van het beroepsgeheim van de bedrijfsrevisor ten aanzien van de belastingadministratie

Camille Luxen, juriste IBR

Opheffing van enkele oude Koninklijke Besluiten