3 november 2026
Nota van de redactie:
De Belgische overheidsfinanciën staan meer dan ooit in het brandpunt van het politieke en maatschappelijke debat. Tijdens de zesde editie van de Dag van de Publieke Sector van het IBR plaatste prof. Herman Matthijs de Belgische begrotingssituatie al in een ruimer perspectief en lichtte hij de belangrijkste uitdagingen voor onze overheden toe. In onderstaand artikel 'De Belgische begroting: een overzicht' bouwt hij daarop voort. Hij brengt de complexe Belgische begrotingsstructuur helder in kaart en biedt zo de nodige achtergrond om het debat over de sanering van onze overheidsfinanciën beter te begrijpen.
De zesde editie van de Dag van de Publieke Sector gemist of opnieuw beleven? Bekijk de terugblik op de studiedag, met alle foto’s, de aftermovie en de presentaties van de sprekers.
Prof. Dr. Herman Matthijs (VUB - UGent)
De Belgische openbare financiën zijn al meer dan geruime tijd een moeilijk probleem voor de politieke wereld. Maar over wat gaat het nu juist en wat zijn de regels vanuit de Europese Unie?
Over het jaar 2025 had dit land een BBP (Bruto Binnenlands Product) van ongeveer 640 miljard euro. Dit BBP stijgt door de inflatie en in combinatie met de economische groei. De inflatie situeert zich rond de 5,2%, waarmede men terug in de hoge cijfers komt van het begin van dit decennium! Deze hoge inflatie zorgt dan ook voor de veel hogere indexaanpassingen. Vooral de stijgende energieprijzen zijn hier determinerend. Aan die hoge energieprijzen kan de overheid wel iets doen, want meer dan de helft van de prijzen aan de pomp zijn taksen. Diverse andere eurolanden hebben desbetreffend al ingegrepen. Die toenemende inflatie zorgt op zijn beurt dan weeral voor een hogere rentevoet. Dat betekent dat de overheden duurder moeten lenen en dat ook de burgers alsook de bedrijven meer moeten afbetalen voor hun geleend geld. Maar de economische groei is op quasi nul procent teruggevallen. Er is zeker een dringend plan nodig om economische groei te creëren. Maar de Europese Commissie, noch de Belgische overheid, noch de Gewesten hebben hier al iets voorgesteld.
Momenteel situeert het overheidstekort zich op 5,3% BBP. De Europese regels willen dat tegen 2029 op 3%. Gezien de uiterst moeilijke federale begrotingsgesprekken en het feit dat de meeste deelstaten, op Vlaanderen en de Duitstalige Gemeenschap na, geen extra inspanningen willen doen; kan men die 3% BBP tegen 2029 wel vergeten. De overheidsschuld bedraagt ongeveer 106% BBP en dat zou richting 60% BBP moeten gaan. Ook dit laatste is meer dan een budgettaire droom om te behalen. Voorlopig blijven de ratings stabiel; weliswaar met een negatieve outlook. Want ook andere eurolanden zitten in even slechte budgettaire papieren; zoals: Spanje, Frankrijk, Nederland en de Scandinavische landen zitten er veel beter voor en dat omwille van twee hoofdredenen, namelijk: het calvinistisch rentmeesterschap ten aanzien van het doen van uitgaven en het budgettair uitvoeren van een kerntakendebat bij de overheden.
Er moet ook gewezen worden op de zeer hoge bedragen aan spaargelden vanwege de Belgische gezinnen. Op de zicht- en spaarrekeningen alleen staat al ruim 370 miljard euro en met alle andere gelden erbij geteld, komt men uit boven de 800 miljard euro. Met andere woorden: ‘Niet U maar de staat leeft boven zijn stand ‘. Deze spaargelden vormen wel een belangrijke verdedigingslijn tegen de morrende financiële markten. Bovendien zou de regering deze spaargelden, via een fiscaal interessant systeem, kunnen inzetten om een groots project van overheidsinvesteringen op te zetten.
Op mondiaal vlak is het opvallend dat alleen de eurozone zich fixeert op deze budgettaire parameters. Inderdaad Japan kent een overheidsschuld van liefst 220% BBP en een tekort van 3% BBP, weliswaar met een dalende bevolking. Liefst 93% van die schuldpapieren zijn er in binnenlandse handen en Japan is een van de meest spaarzame landen ter wereld. Maar in de Verenigde Staten bedraagt de staatschuld alleen al 6,2% BBP en de staatsschuld 106% BBP met amper spaarquota. Desalniettemin is dit gegeven geen punt van politieke discussie aldaar. Want de machtshebbers te Washington DC redeneren in de termen van: wij hebben de dollar en de beurzen, so what?
Het overheidsbeslag in België bedraagt liefst 56% BBP en dat was in het begin van deze eeuw 49% BBP! Nederland staat op 46% BBP betreffende het overheidsbelang. Ook de belastingdruk ligt erg hoog, want men een jaarinkomen van 50duizend euro zit men al in de hoogste schijf (50%) van de personenbelasting. Trouwens de vijf laagste decielen bij het betalen van de personenbelasting vormen 26% van de inkomens en 8,5% van de opbrengst. De vijf hoogste decielen zijn dus goed voor 74% van de inkomsens en betalen 91,5% van de opbrengst. Ter info het hoogste deciel betreft 27% der inkomens en die betalen 41% van de opbrengst. Het argument dat de rijksten te weinig betalen,slaat dus op niets in dit land. Bovendien moet er ook gewezen worden op het feit dat er vrijheid bestaat van kapitaalverkeer binnen de 31 landen van de EER (Europese Economische Ruimte). Geld kan snel legaal verhuizen. Voor het overige is het zeker te onderlijnen dat het Belgisch fiscaal systeem uitblinkt in vele koterijen, uitzonderingen, verminderingen,… of met andere woorden een Kafkaiaanse situatie.
Al jaren is er een discussie bezig over een omschakeling van de fiscale arbeidslast (personenbelasting en parafiscaliteit) naar indirecte taksen (BTW alsook milieuheffingen. Maar ook deze actuele discussie heeft een muis gebaard.
Dit land kent deze eeuw een omvangrijke demografische groei, want de bevolking steeg van 10,2 miljoen in het jaar 2000 naar 11,9 miljoen op heden. Deze snelle stijging heeft vooral te maken met (arme) migratie. De tewerkstellingsgraad staat op 72% nationaal (Vlaanderen: 78%, Wallonië: 66% en Brussel: 65%) en dat is Europees vergelijken erg laag. Indien dit land het Nederlandse niveau zou halen van 82%, dan is ruim de helft van het begrotingsprobleem opgelost. De werkloosheidsgraad is te situeren op 6,2% (Vlaanderen: 4%, Wallonië: 8% en Brussel: 13%). Ook hier ziet men belangrijke regionale verschillen.
Een belangrijke steunpilaar voor de welvaart en de groei van de laatste eeuw, is zeker de industrie. Maar hier hangen er donkere wolken boven. Er zijn minder machines en degene die er nog zijn, worden niet meer allemaal benut naar productie toe.
Tenslotte, moet er budgettair gewezen worden op de toenemende uitgaven voor landsverdediging en dat conform de NAVO-regels. In deze onstabiele geopolitiek tijden, is daar weinig anders aan te doen. En dan is er nog een heel donkere wolk boven ’s lands begroting: Euroclear en het geld daarin?