25 juni 2021

Stef Van Attenhoven, diensthoofd HR IBR

 

Krachtens artikel 41, §1, 2° van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep en het publek toezicht op de bedrijfsrevisoren, wordt het houden en bijwerken van het openbaar register gedelegeerd aan het Instituut, onder de finale verantwoordelijkheid van het College van Toezicht op de Bedrijfsrevisoren.

Het spreekt voor zich dat dit openbaar register zo correct, actueel, duidelijk en transparant mogelijk moet zijn. In die optiek is het IBR, in overleg met het College, gestart met een grondige controle en doorlichting van de gegevens van zowel de bedrijfsrevisoren natuurlijke personen als de bedrijfsrevisorenkantoren. Het IBR beoogt deze controles af te ronden tegen einde 2022.

Heden kunnen we, na een eerste controleronde, al volgende belangrijke conclusies trekken:

  1. Er wordt vastgesteld dat statutenwijzigingen van revisorenkantoren niet altijd meegedeeld worden aan het Instituut, terwijl artikel 17, § 2 van het KB van 21 juli 2017 betreffende  de toekenning van de hoedanigheid van bedrijfsrevisor alsook de inschrijving en registratie in het openbaar register van de bedrijfsrevisoren, oplegt om elke wijziging in de gegevens opgenomen in het openbaar register binnen een termijn van een maand mee te delen. Bovendien wordt in het maatschappelijk doel na de statutenwijziging soms nog verwezen naar de wet van 22 juli 1953. De voornaamste contactpersonen van deze bedrijfsrevisorenkantoren zullen verzocht worden hun statuten binnen de twee maanden opnieuw en op een wettelijk correcte manier te wijzigen.
  2. Er wordt vastgesteld dat bepaalde vennootschappen die in de KBO werden ingeschreven met de NACEBELCODE 69.203 – voorbehouden voor de bedrijfsrevisoren en met een bedrijfsrevisor als (mede) bestuurder of zaakvoerder, niet ingeschreven werden in het openbaar register. Betrokken bedrijfsrevisoren zullen aangemaand worden om deze vennootschappen binnen de twee maanden in te schrijven in het openbaar register.
  3. Er wordt, zeer uitzonderlijk weliswaar, vastgesteld dat bepaalde bedrijfsrevisoren een mandaat als bestuurder of zaakvoerder uitoefenen in een vennootschap waarvan we vermoeden dat het maatschappelijk doel eventuele commerciële elementen bevat in de zin van de vroegere economische wetgeving, terwijl dit krachtens artikel 29, §1, 2° van de wet van 7 december 2016 niet toegestaan is.  Betrokken revisoren worden gevraagd om binnen de 14 dagen schriftelijk toelichting te verschaffen. Indien dit commerciële mandaat zonder discussie vaststaat, worden zij nadien verzocht binnen de maand:
    • hetzij ontslag te nemen uit betrokken vennootschappen,
    • hetzij het statuut van verhinderde bedrijfsrevisor aan te nemen.

Wij wensen er de aandacht op te vestigen dat u, via reg@ibr-ire.be, een advies kan vragen aan het Uitvoerend Comité alvorens een revisorenvennootschap op te richten of een statutenwijziging door te voeren. Dit verzekert u ervan dat uw statuten beantwoorden aan de wettelijke vereisten van een revisorenvennootschap en bespaart u vermijdbare administratieve overlast.

Indien u bijkomende vragen hebt, neem dan schriftelijk contact op met de dienst Register, via het mailadres reg@ibr-ire.be. We zullen u graag verder helpen.

 

Gerelateerd

Mededeling 2022/15: Verplichte jaarlijkse actualisering van de gegevens in het openbaar register

Procedure voor de tijdelijk verhinderde bedrijfsrevisoren

Mededeling 2022/14: Verplichte jaarlijkse actualisering van de gegevens in het openbaar register

Procedure voor de actieve bedrijfsrevisoren

Het bedrijfsrevisoraat in de pers - Trends Talks met voorzitter Patrick Van Impe