15 september 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

1. Rapporteringsraamwerken en standaardsetting

1.1. EU – Toetsingsperiode voor herziene ESRS en vrijwillige standaard eindigt zonder bezwaar

De toetsingsperiode van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie voor de twee op 3 juli 2026 door de Europese Commissie aangenomen gedelegeerde handelingen over de herziene Europese duurzaamheidsrapporteringsstandaarden (ESRS) en de vrijwillige duurzaamheidsrapporteringsstandaard (VS) is op 4 september 2026 verstreken zonder bezwaar. Daarmee is de inhoud van beide gedelegeerde handelingen definitief geworden. Op 15 september 2026 waren de gedelegeerde handelingen evenwel nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.  Deze zijn dus nog niet juridisch in werking getreden.

De herziene ESRS zullen verplicht van toepassing zijn op boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027. Ondernemingen die reeds onder de CSRD rapporteren, zullen de herziene ESRS optioneel vervroegd kunnen toepassen voor boekjaar 2026 zodra de gedelegeerde handeling in werking is getreden. De vrijwillige standaard is bedoeld voor ondernemingen buiten het verplichte CSRD-toepassingsgebied en vormt tevens de basis voor de zogenaamde value-chain cap. Ondernemingen binnen de CSRD-scope kunnen van kleinere ondernemingen in hun waardeketen niet onbeperkt bijkomende duurzaamheidsinformatie verlangen. De informatie die zij mogen opvragen, is wettelijk beperkt tot de informatie die specifiek als zodanig in de VS is aangeduid.

Voor ondernemingen en bedrijfsrevisoren is vooral de juridische status belangrijk. De inhoudelijke onzekerheid over eventuele bezwaren van Parlement of Raad is weggevallen, maar vervroegde toepassing van de herziene ESRS voor boekjaar 2026 kan pas nadat de gedelegeerde handeling in werking is getreden. Tot dat ogenblik blijven de bestaande ESRS, met inbegrip van de toepasselijke Quick Fix-verlichtingen, de juridisch geldende basis. Voor assurance-opdrachten is het daarom belangrijk om duidelijk vast te leggen welk rapporteringskader de onderneming toepast en vanaf welke datum dit juridisch mogelijk is. Er wordt wel verwacht dat beide gedelegeerde handelingen nog in 2026 in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd, waardoor toepassing vanaf het lopende boekjaar mogelijk zal zijn.

Bronnen:

Europese Commissie – Commission adopts revised sustainability reporting standards, 3 juli 2026

EFRAG – European Commission Publishes Delegated Act on Revised ESRS and Voluntary Sustainability Reporting Standard

1.2. EU – EFRAG intensiveert consultatie over ESRS 40a voor bepaalde niet-EU-ondernemingen

EFRAG heeft in september 2026 zijn stakeholderconsultatie over de ontwerpstandaard ESRS 40a voor bepaalde niet-EU-ondernemingen verder geïntensiveerd. Op 1 september kondigde EFRAG een reeks outreachsessies aan voor ondernemingen en andere belanghebbenden. De publieke consultatie over de ontwerpstandaard, die op 23 juli 2026 werd geopend, loopt tot 31 oktober 2026. Parallel laat EFRAG een kosten-batenanalyse uitvoeren ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van de standaard.

ESRS 40a is nog een ontwerpstandaard en dus nog geen toepasselijk rapporteringskader. Na de consultatie zal EFRAG de ontvangen feedback verwerken in een finaal technisch advies aan de Europese Commissie, dat in januari 2027 wordt verwacht. De Commissie zal vervolgens haar eigen procedure doorlopen voordat de standaard via een gedelegeerde handeling kan worden aangenomen. De eerste rapporteringen onder het toekomstige ESRS 40a-kader worden volgens de huidige planning verwacht over boekjaar 2028, met publicatie in 2029.

Voor internationale groepen met een moederonderneming buiten de Europese Unie is deze ontwikkeling belangrijk om tijdig de potentiële scope, datavereisten, en rapporteringsprocessen te beoordelen. Ook voor bedrijfsrevisoren is het nuttig de ontwikkeling van ESRS 40a op te volgen met het oog op toekomstige assurance-opdrachten bij niet-EU-groepen met belangrijke activiteiten in de EU.

We verwijzen ook naar de samenvatting van de Exposure Draft ESRS 40a op de ESG-website van het Instituut. Deze analyse behandelt de verschillen met de volledige/herziene ESRS en het toepassingsgebied van artikel 40a van de Jaarrekeningrichtlijn.

Bron:

EFRAG – ESRS for Certain Non-EU Undertakings in Accordance with Article 40a of the Accounting Directive; outreach update 1 september 2026

ESRS-40a / N-ESRS - Belangrijkste wijzigingen tov ESRS en toepassingsgebied

2. Wetgevende en regelgevende ontwikkelingen

2.1. US/EU – Amerikaanse regering vraagt verdere beperking van de toepassing van CSDDD en CSRD op Amerikaanse ondernemingen

De Amerikaanse regering heeft formele opmerkingen over de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) bekendgemaakt waarin zij de Europese Unie vraagt de toepassing van de Europese duurzaamheidsregels op Amerikaanse ondernemingen verder te beperken. De Verenigde Staten erkennen dat de Europese Omnibus-hervormingen de scope en verplichtingen reeds hebben verminderd, maar stellen dat de extraterritoriale werking van de CSDDD en, in bredere zin, de CSRD nog steeds buitensporige en mogelijk conflicterende verplichtingen voor Amerikaanse ondernemingen kan creëren.

De Amerikaanse opmerkingen vragen onder meer om de CSDDD voor Amerikaanse groepen in hoofdzaak te beperken tot activiteiten van EU-dochterondernemingen of EU-zakenpartners en tot goederen of diensten die daadwerkelijk op de Europese markt worden aangeboden. Daarnaast worden vragen gesteld onder andere bij boetes gebaseerd op omzet buiten de EU, mogelijke private rechtsvorderingen en het gebruik van externe verificatie. De Amerikaanse regering verwijst daarbij ook naar verschillen tussen het Europese concept van dubbele materialiteit en de in de Verenigde Staten gebruikelijke focus op financiële materialiteit.

Voor Europese ondernemingen is deze ontwikkeling vooral van belang voor internationale groepen en waardeketens met belangrijke Amerikaanse leveranciers of klanten. De opmerkingen wijzigen de CSDDD of CSRD op zichzelf niet, maar tonen aan dat de praktische toepassing van Europese duurzaamheidswetgeving steeds meer deel uitmaakt van de trans-Atlantische handelsdialoog. Voor bedrijfsrevisoren is het belangrijk om dit onderscheid voor ogen te houden. Politieke of diplomatieke verzoeken veranderen de geldende rapporteringscriteria niet zolang zij niet in Europese wetgeving zijn omgezet.

Bron:

U.S. Mission to the European Union – U.S. Government Comments on the Corporate Sustainability Due Diligence Directive Guidelines (CSDDD), augustus 2026

2.2. EU – Commissie wil duurzaamheidscriteria sterker integreren in Europese overheidsopdrachten

De Europese Commissie heeft op 9 september 2026 een voorstel voor een nieuwe verordening inzake overheidsopdrachten en concessies gepubliceerd, de zogenaamde Public Procurement Act. Het voorstel moet het Europese aanbestedingskader vereenvoudigen en tegelijk meer ruimte bieden om milieu-, sociale, innovatie-, veiligheids- en veerkrachtcriteria mee te nemen bij overheidsopdrachten. Het gaat om een voorstel van de Commissie. Het Europees Parlement en de Raad moeten de tekst nog behandelen en goedkeuren.

Voor duurzaamheid is vooral relevant dat publieke kopers milieu- en klimaatcriteria kunnen opnemen in technische specificaties, selectie- en gunningscriteria en contractvoorwaarden. Het voorstel verwijst onder meer naar klimaatmitigatie en -adaptatie, circulariteit, vervuilingspreventie en biodiversiteit. Als algemene regel zou minstens 30% van de punten bij de gunning betrekking hebben op kwaliteitscriteria. Voor arbeidsintensieve opdrachten zou dit minstens 50% zijn. Ook levenscycluskosten en specifieke milieucriteria kunnen daarin worden meegenomen.

Voor ondernemingen die deelnemen aan openbare aanbestedingen kan dit betekenen dat duurzaamheidsinformatie steeds vaker een rol speelt bij het aantonen van de kwaliteit en milieu-impact van producten en diensten. Betrouwbare informatie over onder meer emissies, circulariteit en levenscyclusprestaties kan daardoor ook buiten de formele duurzaamheidsrapportering belangrijker worden. Voor bedrijfsrevisoren creëert het voorstel op dit moment geen nieuwe assurance-opdracht. Het kan op termijn wel leiden tot meer vraag naar betrouwbare en, waar vereist, geverifieerde duurzaamheidsinformatie die ondernemingen gebruiken in aanbestedingsprocedures.

Bron:

Europese Commissie – Proposal for a regulation on public contracts and concessions (Public Procurement Act), 9 september 2026

3. Overige aspecten

3.1. INT – UNEP: overschrijding van 1,5°C wordt waarschijnlijk, maar omvang en duur blijven beïnvloedbaar

Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) publiceerde op 2 september 2026 het rapport “Limiting Overshoot – Navigating exceedance of 1.5°C and pathways towards return”. UNEP stelt dat een tijdelijke overschrijding van de grens van 1,5°C ten opzichte van het pre-industriële niveau inmiddels waarschijnlijk onvermijdelijk is. In het meest gunstige scenario uit het rapport piekt de opwarming rond 1,8°C, terwijl andere trajecten tot boven 2°C leiden.

Het rapport benadrukt dat elke bijkomende fractie van een graad en elk extra jaar boven 1,5°C de risico’s voor mensen en ecosystemen verhoogt. UNEP beschrijft daarom een traject van “overschrijding, piek en daling” als de beste resterende optie. Dit vraagt snelle en blijvende emissiereducties, waaronder methaanreducties, gecombineerd met maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, zoals bescherming tegen hitte, droogte en overstromingen en, op langere termijn, netto-negatieve emissies om de temperatuur opnieuw te laten dalen.

Voor ondernemingen is dit relevant omdat klimaatscenario’s waarin een overschrijding van 1,5°C wordt uitgesloten steeds moeilijker als enige basis kunnen dienen voor risicoanalyses. In ESRS E1-termen kan dit gevolgen hebben voor de beoordeling van fysieke klimaatrisico’s, transitierisico’s, scenarioanalyse en adaptatieplanning. Voor bedrijfsrevisoren is het rapport geen rapporteringscriterium, maar wel een gezaghebbende externe bron om de actualiteit en redelijkheid van klimaataannames en scenario’s van ondernemingen kritisch te beoordelen.

Bron:

UNEP – Limiting Overshoot: Navigating exceedance of 1.5°C and pathways towards return, 2 september 2026

3.2. BE – NBB analyseert daling van het industriële energieverbruik in België

De Nationale Bank van België (NBB) publiceerde op 2 september 2026 in haar Economisch Tijdschrift de studie “Drivers of change in industrial energy consumption: Insights from Belgium”. De studie stelt vast dat de Belgische verwerkende nijverheid vandaag ongeveer een zesde minder energie verbruikt dan rond de eeuwwisseling, ondanks een bescheiden toename van de industriële activiteit. De analyse onderzoekt in welke mate veranderingen in de sectorstructuur, energie-efficiëntie en andere factoren deze evolutie verklaren.

De studie voert geen nieuwe rapporterings- of regelgevingsvereisten in, maar geeft ondernemingen wel relevante Belgische achtergrondinformatie voor de analyse van energiegebruik, energie-efficiëntie en transitierisico’s. Voor ondernemingen met een materieel energieverbruik kan zij nuttig zijn als externe benchmark of als achtergrondinformatie bij klimaat- en energiedoelstellingen. Voor bedrijfsrevisoren kan de studie helpen om trends en aannames in hun context te beoordelen, maar zij vormt op zichzelf geen bewijs voor de energieprestaties van een individuele onderneming.

Bron:

Nationale Bank van België – Drivers of change in industrial energy consumption: Insights from Belgium, Economisch Tijdschrift, 2 september 2026

3.3. INT – Studie toont dat duurzaamheidsrapporten een eigen en breed publiek bereiken

Een academische studie van Lea Hagemeier en Maximilian A. Müller, gepubliceerd in Accounting and Business Research, onderzoekt hoe gebruikers de eerste duurzaamheidsrapporten onder de CSRD en ESRS daadwerkelijk raadplegen. Hoewel de webtrackinganalyse betrekking heeft op slechts acht grote Europese ondernemingen, omvat de dataset meer dan 100.000 bezoeken en ruim 400.000 bekeken pagina’s. De auteurs vergelijken deze acht ondernemingen daarnaast met een referentiegroep van 500 ondernemingen uit de eerste CSRD-rapporteringsgolf om de representativiteit van de steekproef te beoordelen. De studie toont dat duurzaamheidsinformatie ongeveer evenveel verkeer aantrekt als financiële informatie, maar dat gebruikers zich intensiever met de duurzaamheidsinhoud bezighouden. Bezoekers schakelen bovendien slechts beperkt tussen financiële en duurzaamheidsinformatie. De doelgroep van duurzaamheidsrapportering blijkt relatief meer binnenlands en Europees en bestaat uit een bredere groep belanghebbenden, terwijl financiële informatie een meer internationaal en investeerdersgericht publiek aantrekt.

Deze bevindingen zijn relevant voor ondernemingen omdat ze erop wijzen dat duurzaamheidsrapportering niet alleen als aanvulling op de financiële verslaggeving wordt gebruikt, maar ook als een afzonderlijke informatiebron voor verschillende groepen belanghebbenden. Dat onderstreept het belang van een duidelijke navigatie, een begrijpelijke structuur, en een goede digitale toegankelijkheid. Voor bedrijfsrevisoren bevestigt de studie dat de gecontroleerde duurzaamheidsinformatie door een breed publiek wordt gebruikt. De kwaliteit, vindbaarheid, en samenhang van de gerapporteerde informatie hebben daardoor ook een duidelijk een reëel en praktisch belang.

Bron:

Hagemeier, L. & Müller, M.A. – Demand for sustainability disclosures: evidence from web-tracking data of CSRD reports, Accounting and Business Research, 2026

 

Gerelateerd

ESG-nieuws - 16 - 31 augustus 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 16 - 31 augustus 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

ESG-nieuws 1-15 augustus 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor