31 augustus 2026
Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor
1.1. EU – EFRAG publiceert een ontwerp van de 2026 lijst van ESRS-datapunten
De Europese Adviesgroep voor Financiële Verslaggeving (EFRAG) heeft op 28 augustus 2026 een ontwerp van de geactualiseerde lijst van ESRS-datapunten gepubliceerd. De lijst brengt de datapuntdefinities samen die aansluiten bij de in juli 2026 door de Europese Commissie aangenomen herziene versie van de Europese duurzaamheidsrapporteringsstandaarden (ESRS), de zogenaamde herziene ESRS of set 2. De lijst bevat onder meer een indeling naar datatype, koppelingen met de interactieve ESRS in de EFRAG Knowledge Hub, en verwijzingen die de nieuwe datapunten verbinden met de ESRS van 2023 (set 1).
EFRAG vraagt belanghebbenden om de methodologie te beoordelen en eventuele zogenaamde ‘fatal flaws’ uiterlijk op 23 oktober 2026 te melden. De definitieve lijst wordt tegen eind 2026 verwacht. Parallel wordt gewerkt aan een ontwerp van de XBRL-taxonomie voor de herziene ESRS.
Voor ondernemingen is deze datapuntenlijst nuttig aangezien het een bruikbaar hulpmiddel vormt om het verzamelen van informatie, rapporteringsprocessen, interne controles en digitale tagging aan de herziene ESRS aan te passen. De lijst is evenwel geen zelfstandige checklist die de materialiteitsbeoordeling van vennootschappen vervangt. Voor bedrijfsrevisoren kan deze nuttig zijn bij het structureren van de koppeling tussen materiële rapporteringsvereisten, onderliggende datapunten, en ondersteunende bewijsstukken voor de assurance-opdracht. Daarbij blijft de tekst van de toepasselijke ESRS uiteraard de normatieve basis. We noteren dat de op 3 juli 2026 door de Europese Commissie aangenomen herziene ESRS, evenwel pas juridisch van kracht worden na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie, na afloop van de toepasselijke toetsingsperiode.
Bron:
EFRAG – EFRAG Secretariat Releases 2026 Draft List of Datapoints for Revised ESRS
1.2. INT – SBTi benadrukt participatiemogelijkheden bij de ontwikkeling van de volgende generatie standaarden
Het Science Based Targets initiative (SBTi) heeft op 17 augustus 2026 een overzicht gepubliceerd van de mogelijkheden voor ondernemingen en andere belanghebbenden om deel te nemen aan de ontwikkeling en herziening van de SBTi standaarden. SBTi wijst daarbij op publieke consultaties, calls for evidence, expert advisory groups, en andere vormen van technische input. De publicatie is geen nieuwe standaard en wijzigt op zichzelf geen bestaande doelstellingen of validatievereisten.
Voor ondernemingen die SBTi-doelstellingen hebben of overwegen, is het belangrijk om lopende herzieningen tijdig op te volgen. Methodologische wijzigingen kunnen immers gevolgen hebben voor de wijze waarop reductiedoelstellingen, basisjaren, Scope 1-, 2- en 3-emissies, en voortgang worden bepaald, en extern gecommuniceerd. Voor bedrijfsrevisoren is het vooral van belang om bij assurance over klimaatdoelstellingen een onderscheid te kunnen maken tussen de op de verslagdatum geldende SBTi-vereisten, ontwerpen die nog in consultatie zijn, en vrijwillige ondernemingsverbintenissen.
Bron:
SBTi – Get involved today: Your chance to help shape the next generation of SBTi Standards
2.1. EU – ESMA actualiseert overzicht van toepassing van richtlijnen voor handhaving van duurzaamheidsinformatie
De Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) heeft op 24 augustus 2026 de nalevingstabel bij de richtlijnen voor de handhaving van duurzaamheidsinformatie (GLESI) aangepast. Deze tabel geeft per nationale bevoegde autoriteit aan of deze de ESMA-richtlijnen toepast of voornemens is toe te passen. Voor België is de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de bevoegde toezichthouder. Volgens de door ESMA op 24 augustus 2026 geactualiseerde nalevingstabel, voldoet de FSMA aan de richtlijnen voor de handhaving van duurzaamheidsinformatie (GLESI). De GLESI zelf zijn niet nieuw, deze werden ontwikkeld om een gemeenschappelijke Europese aanpak te ondersteunen voor het toezicht op duurzaamheidsinformatie die onder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de ESRS door bedrijven wordt gepubliceerd.
2026 zal het derde jaar worden van verplichte ESRS rapportering voor de grotere beursgenoteerde bedrijven en dus zullen bedrijven in scope, ook meer en meer in de toezichtfase komen. Voor beursgenoteerde ondernemingen betekent dit dat niet alleen de formele naleving, maar ook de materialiteitsbeoordeling, de onderbouwing van inschattingen, de samenhang van informatie, en de kwaliteit van de rapporteringsprocessen, meer en meer aandacht kunnen krijgen van de toezichthouder. Voor bedrijfsrevisoren is het nuttig deze handhavingsverwachtingen op te volgen, onder meer omdat vaststellingen van toezichthouders in België en ruimer in Europa, aanwijzingen kunnen geven over gebieden met verhoogd risico op materiële afwijkingen in de duurzaamheidsinformatie van bedrijven.
Bron:
2.2. EU/BE – Nieuwe regels inzake groene consumentenclaims worden vanaf 27 september 2026 van toepassing
Richtlijn (EU) 2024/825, Empowering Consumers for the Green Transition Directive, of EMPCO-richtlijn inzake het versterken van de positie van consumenten voor de groene transitie dient vanaf 27 september 2026 te worden toegepast. De richtlijn wijzigt de Europese regels inzake oneerlijke handelspraktijken en consumentenrechten en versterkt onder meer de bescherming tegen misleidende milieuclaims, onbetrouwbare duurzaamheidslabels en bepaalde praktijken rond vroegtijdige veroudering. België heeft Richtlijn (EU) 2024/825 inmiddels omgezet en de wet werd op 4 augustus 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
In onze ESG nieuwsupdate van juli hadden we de lezer reeds attent gemaakt op deze belangrijke ontwikkeling. De nieuwe EMPCO-regels zijn in het bijzonder relevant voor ondernemingen die goederen of diensten aan consumenten aanbieden en daarbij milieu- of duurzaamheidsclaims, duurzaamheidslabels of informatie over circulariteit gebruiken in hun commerciële communicatie. Voor ondernemingen die uitsluitend business-to-business actief zijn, zal dit minder belangrijk zijn.
Voor bedrijfsrevisoren is dit interessant, omdat alhoewel EMPCO geen rapporteringstandaard is, maar een directieve met als objectief consumentenbescherming, kan dit aanleiding geven tot bijkomende aandacht voor de consistentie tussen de CSRD-rapportering (niet het voorwerp van EMPCO) en andere publieke informatie (wel het voorwerp van EMPCO), voor het risico op materieel misleidende toelichtingen en voor de vraag of duurzaamheidsbeweringen voldoende specifiek, evenwichtig en controleerbaar zijn. EMPCO voorziet daarnaast in twee situaties waarin verificatie door een derde partij vereist is. Het gaat om enerzijds assurance te verschaffen over toekomstgerichte milieu-informatie, en anderzijds om vrijwillige labels te certificeren. In beide gevallen kan een bedrijfsrevisor tussenkomen, mits naleving van bepaalde vereisten.
Bronnen:
Europese Commissie – Sustainable consumption: Empowering Consumers for the Green Transition
eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:72024L0825BEL_202606153
3. Overige aspecten
3.1. EU – Europese verklaring vraagt meer aandacht voor hitte en gezondheid in klimaatadaptatie
Op 18 augustus 2026 meldde het Europees Observatorium voor Klimaat en Gezondheid dat meer dan 80 organisaties de Europese Verklaring over Hitte en Gezondheid hebben ondertekend. De verklaring volgt op de sterke toename van hitte-gerelateerde gezondheidsproblemen en sterfte tijdens de Europese hittegolven van juni en juli 2026, en roept op om gezondheid centraler te plaatsen in het Europese klimaatadaptatiebeleid. Het gaat om een beleidsoproep van organisaties en niet om bindende EU-wetgeving.
In navolging van ons artikel in de ESG nieuwsupdate voor de periode 1 augustus tot 15 augustus “Aanhoudende hitte en droogte maken fysieke klimaatrisico’s steeds concreter voor Europese ondernemingen “, illustreert dit signaal van die 80 organisaties dat fysieke klimaatrisico’s zich niet louter beperken tot schade aan activa of verstoringen van de toeleveringsketen. Hitte kan ook gevolgen hebben voor werknemers, klanten, zorgsystemen, en lokale gemeenschappen.
In ESRS-termen kan dit, afhankelijk van de materialiteitsbeoordeling en de concrete feiten, relevant zijn voor ESRS E1 Klimaatverandering, in het bijzonder fysieke klimaatrisico’s en adaptatie, en voor ESRS S1 Eigen personeel, wanneer hittestress de gezondheid en veiligheid van werknemers raakt. Voor bedrijfsrevisoren vormt de Verklaring geen rapporteringscriterium, maar kan deze wel deel uitmaken van externe informatie die beschikbaar is voor de bedrijfsrevisor om de redelijkheid van risicoanalyses en managementassumpties te helpen beoordelen.
Bron:
European Climate and Health Observatory – European Declaration on Heat and Health