2 maart 2026
Harry Everaerts, bedrijfsrevisor
In de week van 16 februari 2026 publiceerden de Europese toezichthoudende autoriteiten, de Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Effecten en Markten Autoriteit (ESMA), en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA), hun formele opinies op het ontwerp van de herziene vereenvoudigde Europese Sustainability Reporting Standaarden (ESRS), dat door de Europese Adviesgroep inzake financiële verslaggeving (EFRAG) in december 2025 aan de Europese Commissie (EC) werd voorgelegd.
De toezichthoudende autoriteiten steunen de vereenvoudiging van de ESRS, maar vragen de Commissie om bepaalde van de permanente vrijstellingen (reliefs) – in het bijzonder het ‘undue cost or effort’-mechanisme, de uitzonderingen inzake toekomstige financiële effecten (AFE), en de partiële metric coverage wegens datagebrek – te onderwerpen aan duidelijke tijdslimieten (EBA, ECB, en EIOPA zeggen “3 jaar”, ESMA zegt “tot FY 2029). Volgens EBA bijvoorbeeld, is dit noodzakelijk om de beschikbaarheid van besluitrelevante kwantitatieve informatie te waarborgen, interoperabiliteit met internationale standaarden te behouden en de stabiliteit van het financiële systeem te ondersteunen.
De toezichthoudende autoriteiten pleiten ook om de interoperabiliteit met andere rapporteringsraamwerken en standaarden, zoals bijvoorbeeld de IFRS duurzaamheidsstandaarden (IFRS S1 en IFRS S2), de Verordening inzake informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiële sector (SFDR) en de EU Taxonomievereisten, zoveel mogelijk te bewerkstelligen en verschillen te vermijden.
Bronnen:
Het IBR publiceerde op 24 februari 2026 een geüpdatete technische nota over de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door vennootschappen en groepen beoogd door de wet van 2 december 2024 (CSRD-omzetting). De update verwerkt vooral (i) de Belgische omzetting van “stop-the-clock” (wet 12 december 2025), waardoor wave-2 en wave-3 rapportering twee jaar opschuift (wave-1 ongewijzigd; derde-landen regime geen uitstel), (ii) de implicaties van Omnibus I op scope en drempels (met duidelijke waarschuwing dat dit pas effectief is na publicatie en omzetting in België), en (iii) de bevestiging dat de mogelijkheid tot een latere overgang naar “reasonable assurance” werd geschrapt in het Omnibus-kader (het blijft dus limited assurance).
Bron:
Het Britse ministerie van Economische Zaken en Handel kondigde op 25 februari 2026 de publicatie aan van de definitieve Britse Sustainability Reporting Standards (UK SRS), gebaseerd op de duurzaamheids- en klimaatgerelateerde standaarden die door de IFRS Foundation zijn ontwikkeld. Deze normen zijn bedoeld om ondernemingen in staat te stellen consistente en gestandaardiseerde rapportering te leveren over duurzaamheids- en klimaatgerelateerde financiële informatie, risico’s en opportuniteiten, in lijn met internationale kaders.
Bron:
Op 24 februari 2026 heeft de Raad van de Europese Unie het definitieve groen licht gegeven voor een vereenvoudiging van de duurzaamheidsrapportering en de due-diligenceverplichtingen voor ondernemingen. Deze wetgeving vereenvoudigt de richtlijnen inzake duurzaamheidsrapportering door ondernemingen (CSRD) en due diligence op het gebied van duurzaam ondernemen (CSDDD) door de rapporteringslast te verlagen en het doorsijpelingseffect van verplichtingen naar kleinere ondernemingen te beperken.
Het toepassingsgebied van de CSRD wordt ingeperkt door de drempels te verhogen tot ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers en een netto jaaromzet van meer dan € 450 miljoen. De wijzigingsrichtlijn voorziet ook in een overgangsvrijstelling voor ondernemingen die vanaf boekjaar 2024 moesten beginnen rapporteren (de “wave 1”-ondernemingen) maar die buiten het nieuwe toepassingsgebied vallen (dus wave 1 vennootschappen met minder dan 1.000 werknemers en die geen € 450 miljoen jaarlijkse omzet genereren). Echter gezien de timing van de publicatieverplichtingen voor wave 1 vennootschappen in België, gecombineerd met de tijdslijn van (i) de publicatie van de richtlijnwijziging (op 26 februari 2026) en (ii) de daaropvolgende noodzakelijke transpositie in Belgische wetgeving, zal dit waarschijnlijk enkel mogelijk zijn voor boekjaar 2026. Daarnaast bevat zij een vrijstelling voor bepaalde EU- en niet-EU financiële holdings van geconsolideerde rapportering.
De richtlijnwijziging werd op 26 februari 2026 in het officieel journaal van de EU (OJ) gepubliceerd, en deze zal 20 dagen later in werking treden. Vervolgens hebben de lidstaten twaalf maanden de tijd om de richtlijnwijziging om te zetten in nationale wetgeving, met uitzondering van artikel 4 (dat onder meer de “level of harmonisation” in de CSDDD aanpast) daarvoor krijgen de lidstaten meer tijd, namelijk tot 26 juli 2028.
Bron:
De EC heeft het Comité van Europese auditorstoezichthouders (CEAOB) gevraagd om hun werkzaamheden te heroriënteren op het opstellen van een technisch advies dat kan worden gebruikt voor de gedelegeerde handeling (DA) waarmee een limited assurance standaard wordt vastgesteld. De EC verduidelijkt dat het technisch advies van de CEAOB duidelijk de add-ons en eventuele carve-outs ten opzichte van de Internationale Standaard voor Duurzaamheidsassurance 5000 (ISSA 5000) dient te bevatten, zoals onder andere het weglaten (carve out) van elementen die specifiek zijn voor een conclusie te geven met een redelijke mate van zekerheid, het bijvoegen (add on) van elementen zoals de dubbele materialiteit, de assurance-conclusie over naleving van de mark-up, en de vereisten van artikel 8 van de EU-Taxonomieverordening.
De deadline voor het indienen van het technisch advies is 30 september 2026.
Bron:
Accountancy Europe (AE) erkent in een publicatie op 20 februari 2026 dat EFRAG’s draft revised ESRS duidelijker, eenvoudiger en minder granulair zijn, maar waarschuwt dat verdere bijkomende “cuts” het risico vergroten dat de ESRS niet langer geschikt zijn om de Green Deal-doelstellingen te ondersteunen. AE vraagt de EC om het standaardzettingsproces technisch te houden, en om de ESRS niet opnieuw te heropenen buiten het aanpakken van wat ze “fatal flaws” noemen. Tot slot benadrukken ze dat de EC beter focust op kritische verbeteringen en op het maximaal behouden van overeenstemming met internationale standaarden (ISSB/IFRS).
Bron: