26 februari 2026
De Commissie “Non-profitsector” van het IBR heeft een synthesenota opgesteld met betrekking tot de verenigingen en stichtingen, rekening houdend met de recente fiscale en andere wijzigingen die een aanzienlijke impact kunnen hebben op deze structuren. De bestuursorganen moeten nagaan of deze wijzigingen een discontinuïteitsrisico kunnen veroorzaken en, in voorkomend geval, in passende maatregelen voorzien. Deze verplichtingen gelden zowel voor de entiteit zelf als voor haar commissaris of bedrijfsrevisor.
Let op de terugwerkende kracht: talrijke maatregelen hebben uitwerking vanaf 1 januari 2025 (aanslagjaar 2026).
De belastingvermindering in de personenbelasting voor schenkers daalt van 45 % naar 30 % (van kracht op 01/01/2025, aanslagjaar 2026) (art. 145.32, § 1, derde lid WIB 92).
De niet-belastbare inkomsten (voor niet‑gepensioneerden) worden geplafonneerd op 8.955 € voor 2026 in plaats van 12.000 € voorheen – geïndexeerd bedrag. In de praktijk blijft het geïndexeerde plafond voor 2026 dicht bij 18.000 € (art. 19 van de wet – art. 38, § 1, 29° WIB 92 – indexering art. 178, § 5, 1° gewijzigd).
Het wetsontwerp tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (hierna "wetsontwerp meerwaardebelasting") werd nog niet goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers. De meerwaardebelasting is dus nog niet van kracht.
De federale regering heeft het wetsontwerp meerwaardebelasting op 17 december 2025 ingediend in de Kamer. U vindt de tekst van het wetsontwerp hier: 56K1244001.pdf. Het wetsontwerp wordt momenteel besproken door de bevoegde Kamercommissie Financiën en Begroting. De meest recente informatie is dat de Commissie over het wetsontwerp zal stemmen op woensdag 11 maart 2026. Als deze timing wordt aangehouden, kan het wetsontwerp vervolgens op donderdag 19 maart 2026 geagendeerd en goedgekeurd worden door de plenaire zitting van de Kamer. Daarna moet het goedgekeurde wetsontwerp nog bekrachtigd worden door het Staatshoofd en gepubliceerd worden in het Staatsblad. Dit alles zou verwacht kunnen worden tegen eind maart of begin april 2026.
De meerwaardebelastingswet zal van kracht worden tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Zij zal in werking treden met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.
Het door het wetsontwerp voorziene standaard inningsysteem (inhouding van roerende voorheffing door de banken) zal in werking treden op die tiende dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Op verzoek van de belastingplichtige kan voor de periode die aanvangt op 1 januari 2026 en afloopt op de dag voor de tiende dag na de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, door een bank een bedrag equivalent aan de roerende voorheffing worden gestort. Deze keuze moet aan de bank kenbaar gemaakt worden ten laatste op 30 juni 2026. (Zie voor dit alles art. 35 van het wetsontwerp.) Als de belastingplichtige geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, dan moet hij gedurende voormelde periode eventueel gerealiseerde meerwaarden zelf aangeven in zijn belastingaangifte voor het belastingjaar 2026 (aanslagjaar 2027).
Er zij ook verwezen naar de mededeling die op 3 februari 2026 gepubliceerd werd op de website van het IBR over de rol van de bedrijfsrevisor in het kader van de meerwaardebelasting (Mededeling 2026-01).
Terugkeer naar een bewaartermijn van 7 jaar, met terugwerkende kracht tot aanslagjaar 2023 (art. 91/92 – art. 315, derde lid en 315bis, vijfde lid WIB 92). Opgelet: art. 60 Wbtw was op 6 februari 2026 nog niet aangepast en de termijn van 10 jaar blijft behouden. Er wordt een wijziging verwacht, waarschijnlijk samen met de geplande hervorming van de btw-tarieven op 1 maart 2026.
Leeftijd verlaagd naar 15 jaar, onder voorwaarden (beperking tot “lichte arbeid” indien minderjarige nog onderworpen is aan de voltijdse leerplicht – max. 2 uur per schooldag en 12 uur per week, geen zondagsarbeid, enz.) – art. 120 en volgende – van kracht vanaf 1 januari 2026.
De Wyninckx‑bijdrage stijgt van 3 % naar 12,5 % (van kracht vanaf 01/07/2025 – bijdrage 2026) (art. 146 en 147).
Daarbovenop komen:
Vanaf 1 januari 2026 is de RPB van toepassing op alle kosten die verband houden met voertuigen (afschrijvingen, leasing, huur, brandstof, verzekering, taksen, onderhoud, herstellingen) die zijn aangekocht, gehuurd of geleased vanaf die datum.
Worden beoogd: personenauto’s, voertuigen voor dubbel gebruik, minibussen, lichte vrachtwagens die fiscaal als auto’s worden beschouwd.
De bepalende datum is:
De leveringsdatum is niet relevant.
Belastingtarief: 25 % (of 20 % indien de vzw als kmo wordt beschouwd).
Invoering van een verplichting tot voorafbetalingen op straffe van verhogingen.
Uitzonderingsregeling – voertuigen met nuluitstoot (elektrische of op waterstof):
Gefaseerde toepassing van de RPB vanaf 1 januari 2027 en op progressieve wijze (van 5 % van de kosten vanaf 2027, geleidelijk oplopend tot 37,5 % in 2032).
Beknopt overzicht – voertuigen waarop deze regeling vanaf 01/01/2026 van toepassing is Voertuigen die vóór 01/01/2026 zijn aangekocht/gehuurd of geleased, vallen niet onder deze regeling.
Let op voor aanslagjaar 2027 (inkomsten 2026):
Nieuwe belasting op alle kosten (afschrijving, leasing- of huurkosten, brandstof, verzekering, taks, onderhoud, herstelling) van voertuigen (auto’s, gemengde voertuigen), minibussen):
Mogelijke (niet-verplichte) verhoging van het werkgeversgedeelte: van 6,91 € naar 8,91 €.
Aftrekbaar deel van de vennootschapsbelasting/personenbelasting: verhoogd van 2 € tot 4 € (art. 111/112 – art. 38/1, § 2, eerste lid, 5° en art. 53, 14° WIB 92).
Verplichtingen van bestuurders (evenals van de commissaris, accountant, bedrijfsrevisor)
Monitoring van het discontinuïteitsrisico
Met:
zouden talrijke verenigingen snel geconfronteerd kunnen worden met druk op hun resultaat of liquiditeit op korte termijn, indien dit niet tijdig wordt ingecalculeerd.
De bestuursorganen moeten daarom de begrotingen en liquiditeitsplannen herzien, de continuïteitsrisico’s analyseren en de nodige maatregelen treffen.
Wettelijke verwijzingen: