14 maart 2019

Historiek

Norm

Norm met betrekking tot de contractuele controle van KMO’s en kleine (i)vzw’s en stichtingen en de gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten bij KMO’s en kleine (i)vzw’s en stichtingen

Deze norm treedt in werking op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van het bericht tot goedkeuring van de minister die bevoegd is voor Economie.

Deze gemeenschappelijke norm (IBR-IAB) is van toepassing op de gedeelde contractuele controle- en beoordelingsopdrachten en de gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten, uitgevoerd bij hetgeen door deze norm “kmo’s of kleine vzw’s” wordt genoemd. De term “kmo of kleine vzw” wordt als volgt gedefinieerd (§1):

  1. ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel I.1, 1°, eerste en tweede lid van het Wetboek van Economisch Recht, die de in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen vastgelegde criteria niet overschrijden, met uitzondering van de ondernemingen die deel uitmaken van een groep die verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen en openbaar te maken; en
  2. de kleine vzw’s, ivzw’s en stichtingen, zijnde andere dan deze beoogd door de artikelen 17, 37, 53, §5 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen.

Bijlagen 3 en 4 van deze norm bevatten voorbeeldverslagen.

Voor wat de gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten betreft geeft de gemeenschappelijke norm (IBR-IAB) in §3 een aantal uitdrukkingen die door de wetgever worden gehanteerd om te bepalen of het gaat om een opdracht met een redelijke dan wel met een beperkte mate van zekerheid. Bijlagen 5 en 6 bevatten de lijsten met gedeelde wettelijk voorbehouden assurance-opdrachten die onder het toepassingsgebied van deze norm vallen en waarvoor het IBR en het IAB en/of de wetgever de mate van zekerheid hebben bepaald. Deze lijsten zullen jaarlijks in onderling overleg worden geactualiseerd door de Instituten en voor advies voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen.

Voor de opdrachten die niet in §3 zijn opgenomen en evenmin in bijlage 5 of 6 zijn opgelijst, gebruikt de beroepsbeoefenaar zijn professioneel oordeel, rekening houdend met de geest van de wet en met de praktijk en documenteert deze.

Deze norm is niet van toepassing op opdrachten inzake de wettelijke controle van de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 16/1 W. Venn. en op opdrachten die door of krachtens een in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving aan de commissaris of uitsluitend aan een bedrijfsrevisor of een accountant, worden toevertrouwd. Deze norm is ook niet van toepassing op andere informatie dan historische financiële informatie, noch op individuele rubrieken van historische financiële overzichten.

Voor wat de contractuele controle- en beoordelingsopdrachten die assurance-opdrachten zijn betreft, doet deze norm geen afbreuk aan de contractsvrijheid van de partijen om het toepasselijk referentiekader te bepalen, voor zover dit kader alle vereisten bevat van deze norm die minstens gelijk zijn aan deze norm.

Goedkeuring

Op 12 maart 2019 werd het bericht inzake de goedkeuring door de minister van Economie in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De Hoge Raad voor de Economische Beroepen heeft deze norm goedgekeurd op 21 december 2018.

Deze norm is een gemeenschappelijke norm voor de bedrijfsrevisoren en de externe accountants.

Openbare raadpleging

Hieronder vindt u de ontvangen commentaren op de openbare raadpleging:

    Ontwerp van norm

    Mededeling 2018/05: Openbare raadpleging over het ontwerp van norm betreffende de contractuele controle van KMO's en de gemeenschappelijke bijzondere opdrachten bij KMO's (IBR-IAB)
    Ontwerp van norm met betrekking tot de contractuele controle van KMO's en de gemeenschappelijke bijzondere opdrachten bij KMO's (IBR-IAB)