5 maart 2024

Lieven Acke, bedrijfsrevisor

 

Het WVV schrijft voor dat de volgende verrichtingen gepaard moeten gaan met het opstellen van een “staat van activa en passiva”: 

  • Vrijwillige ontbinding van vennootschappen (art. 2:71 WVV); 
  • Onmiddellijke sluiting van de vereffening in één akte van vennootschappen (art. 2:80 WVV);
  • Vrijwillige ontbinding van VZW’s en IVZW’s (art. 2:110 WVV);
  • Onmiddellijke sluiting van de vereffening in één akte voor de VZW’s en IVZW’s (art. 2:135 WVV);
  • Nettoactieftest bij de BV’s (art. 5:142 WVV) en de CV’s (art. 6:115 WVV);
  • Vaststelling interimdividend bij de NV’s (art. 7:213 WVV);
  • Fusies en splitsingen bij de verenigingen en stichtingen (art. 13:3 WVV);
  • Nationale omzetting van vennootschappen (art. 14:3 WVV) en grensoverschrijdende omzetting van vennootschappen (art. 14:21 en art. 14:30 WVV);
  • Omzetting van een vennootschap in een VZW of IVZW (art. 14:32 WVV);
  • Omzetting van een VZW in een erkende CVSO of een CV erkend als SO (art. 14:38 WVV);
  • Nationale omzetting van verenigingen (art. 14:47 WVV) en grensoverschrijdende omzetting van verenigingen (art. 14:61 en art. 14:66 WVV);
  • Grensoverschrijdende omzetting van stichtingen (art. 14:78 en art. 14:83 WVV). 

Het WVV geeft evenwel geen verdere duiding inzake de boekhoudkundige beginselen die toepasselijk (moeten) zijn bij de redactie van de tussentijdse verslaggeving. 

Het is eveneens tevergeefs zoeken in de adviezen van de CBN naar verdere duiding.

Gelukkig bieden de normatieve kaders met betrekking tot de revisorale opdrachten in het kader waarvan dergelijke staten moeten worden opgesteld enige houvast. 

We verwijzen bij wijze van voorbeeld naar Advies 2023/05 met betrekking tot de opdracht van de bedrijfsrevisor bij de ontbinding en vereffening van een vennootschap dat de hierna volgende criteria bepaalt waaraan een staat van activa en passiva, opgesteld met het oog op een beslissing tot vereffening, moet beantwoorden. De lezer zal merken dat deze criteria richtinggevend zijn voor iedere staat van activa en passiva, ongeacht diens finaliteit.

  • De staat van activa en passiva betreft financiële informatie die wordt opgemaakt in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde wettelijk en boekhoudkundig referentiestelsel, met inachtneming van de waarderingsregels die door het bestuursorgaan zijn vastgesteld. 
  • De staat van activa en passiva moet worden opgesteld volgens het schema van de balans en minstens dezelfde rubrieken bevatten als de laatst goedgekeurde jaarrekening (behoudens indien de rubrieken geen saldo bevat).
  • In de staat van activa en passiva worden gebeurlijke significante gebeurtenissen na balansdatum verwerkt. Significante gebeurtenissen na afsluitingsdatum met materieel impact, die geen aanleiding geven tot aanpassing van het resultaat van de periode en de balans, dienen te worden toegelicht.
  • In de staat van activa en passiva worden gewoonlijk toelichtingen verstrekt wanneer dit van belang is voor een gepaste interpretatie van deze staat.
  • De staat van activa en passiva moet worden opgesteld, rekening houdend met de kosten met betrekking tot de ontbinding, de waardencorrecties, de pro rata van de kosten (met inbegrip van de vergoeding van de bedrijfsleiders, de afschrijvingen, de waardeverminderingen, de voorzieningen, de voorraadwijzigingen, de te betalen vakantiegelden, eindejaarspremies en andere premies, de belastingen, enz.) overeenkomstig de waarderingsregels.
  • Wanneer er “niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen” van materieel belang zijn (d.w.z. zoals opgenomen in de jaarrekening), moet het bestuursorgaan daar eveneens melding van maken in de staat van activa en passiva. Indien er geen significante “niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen” zijn, is het aangewezen dat ook dit uitdrukkelijk wordt vermeld. 

Voormeld normatief kader is bindend voor de bedrijfsrevisor doch is dit niet voor de onderneming die geacht wordt de staat op te stellen. 

Bij gebrek aan regelgeving, lijkt het dan ook aangewezen de principes op te nemen in de opdrachtbrief onder de vorm van een engagement opgenomen door het bestuursorgaan om een staat volgens de vooropgestelde kenmerken op te maken.