13 april 2026
Inge Vanbeveren, secretaris-generaal IBR
De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft het wetsontwerp omtrent de meerwaardebelasting op financiële activa goedgekeurd, een veelbesproken maatregel van deze regering. Het wetsontwerp kreeg op vrijdag 3 april 2026 groen licht en zal retroactief van toepassing zijn op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. De wet moet nog worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Op het eerste gezicht lijkt dat vooral een fiscale aangelegenheid, maar in de praktijk krijgt ook de bedrijfsrevisor (net zoals de gecertificeerd accountant) hier een duidelijke rol in. Immers, in toepassing van het nieuw artikel 102 WIB 1992 kan tot 31 december 2027 aan een bedrijfsrevisor of een gecertificeerd accountant gevraagd worden om de waarde van aandelen of daarmee gelijkgestelde instrumenten op 31 december 2025 te bepalen – en dat onder strikte voorwaarden.
Voor wie vandaag al vragen krijgt van cliënten (of dat binnenkort verwacht), is Advies 2026/03 dan ook essentieel leesmateriaal. Samen met de gemeenschappelijke mededeling en de technische nota IBR–ITAA biedt dit advies een eerste, maar noodzakelijke houvast bij deze nieuwe opdracht.
Vanuit praktijkoogpunt geven deze documenten vooral duidelijkheid over:
Net omdat de waardering een rechtstreekse impact kan hebben op de fiscale heffing, is deze opdracht bijzonder belangrijk. De technische nota benadrukt daarom het belang van een duidelijke omschrijving van de opdracht, transparantie over de gehanteerde hypotheses en een zorgvuldige documentatie. Die elementen zijn cruciaal om het professioneel risico beheersbaar te houden en om latere discussies over de draagwijdte van de waardering te vermijden. Ook het verbod voor de gebruikelijke beroepsbeoefenaar om deze waardering uit te voeren, moet in dat licht worden gelezen: niet alleen als een deontologische vereiste, maar ook als een belangrijke waarborg voor de geloofwaardigheid van de waardering.
Voor veel kantoren zal dit betekenen dat er intern moet worden nagedacht over aanvaarding van opdrachten, interne procedures en communicatie naar cliënten. De documenten helpen om van bij de start de juiste accenten te leggen en om verwachtingen correct te kaderen. In de communicatie met cliënten is het immers essentieel om duidelijk te maken wat de opdracht wel en niet inhoudt, en om te vermijden dat de bedrijfsrevisor verantwoordelijk wordt geacht voor fiscale standpunten of uitkomsten die buiten zijn opdracht vallen.
Ter bijkomende ondersteuning is op de website van het ICCI ook een praktische beslissingsboom gepubliceerd. Die biedt een snelle eerste houvast om te beoordelen of een waarderingsopdracht aan de orde is en welke vervolgstappen aangewezen zijn.
Kortom: deze nieuwe opdracht vraagt geen improvisatie, maar voorbereiding. Gezien het belang en de impact ervan raden we alle leden die hiermee in aanraking kunnen komen sterk aan om Advies 2026/03, de technische nota en de gemeenschappelijke mededeling grondig door te nemen, zodat zij goed voorbereid zijn wanneer de eerste concrete dossiers zich aandienen. Verdere toelichting en opleidingen zullen volgen.