3 april 2026

De nieuwe regeling rond de meerwaardebelasting op financiële activa (inwerkingtreding op 1 januari 2026) kent een belangrijke rol toe aan bedrijfsrevisoren en gecertificeerd accountants. In dat kader hebben het IBR en het ITAA een gemeenschappelijk standpunt en een technische nota uitgewerkt over de waarderingsopdracht zoals voorzien in artikel 102, §4, derde lid WIB 1992.

Een essentieel principe in deze opdracht is dat de waardering enkel mag worden uitgevoerd door de bedrijfsrevisor of de gecertificeerd accountant, waarbij geen van beiden de gebruikelijke beroepsbeoefenaar mag zijn, om de objectiviteit en geloofwaardigheid te garanderen. De documenten verduidelijken de juridische en deontologische krijtlijnen, de praktische uitvoering, en de verantwoordelijkheden van de beroepsbeoefenaar.

Gezien de omvang en de complexiteit van deze materie bezorgen wij u de volgende twee documenten als bijlage:

  • Gemeenschappelijke mededeling IBR–ITAA (PDF)
  • Technische nota waardering (PDF)

Wij raden alle leden die mogelijk een waarderingsopdracht zullen uitvoeren sterk aan om deze documenten zorgvuldig door te nemen. Ze bieden de noodzakelijke toelichting om de opdracht correct, objectief en conform de wettelijke vereisten uit te voeren.

We voorzien de komende periode bijkomende communicatie en opleidingen zodat u deze nieuwe opdracht met vertrouwen kan uitvoeren.

Gerelateerd

Verwerking van een earn-outclausule in het kader van de toekomstige belasting op meerwaarden op financiële activa

Laurent Donnay de Casteau, advocaat gespecialiseerd in fiscaal recht, Balie van Brussel (Advisius) 

Mededeling 2026/01: Wetsontwerp meerwaardebelasting – rol van de bedrijfsrevisor – stand van zaken