17 augustus 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

 

1. Rapporteringsraamwerken en standaardsetting

1.1. INT – ISSB stelt aanpassing van digitale duurzaamheidstaxonomie voor

De International Sustainability Standards Board (ISSB) heeft eind juli een voorstel gepubliceerd tot actualisering van de IFRS taxonomie met betrekking tot duurzaamheidsinformatie.  De digitale taxonomie bepaalt hoe informatie die volgens IFRS S1 ( algemene vereisten voor toelichting van duurzaamheidsgerelateerde financiële informatie) en IFRS S2 (klimaatgerelateerde toelichtingen) wordt opgesteld, digitaal kan worden getagd en daardoor machine-leesbaar, doorzoekbaar, en beter vergelijkbaar wordt.  De consultatie over de voorgestelde update loopt tot 28 september 2026.

Voor ondernemingen die ISSB-informatie publiceren, is  deze ontwikkeling interessant omdat digitale tagging steeds belangrijker wordt voor het hergebruik en de vergelijking van duurzaamheidsinformatie door investeerders, kredietverstrekkers, en andere gebruikers. Voor Europese ondernemingen is ook de wisselwerking met de toekomstige digitale tagging van ESRS-informatie van belang. Voor bedrijfsrevisoren is dit een aandachtspunt omdat digitale rapportering bijkomende controles vereist op de correcte koppeling tussen gerapporteerde informatie en de tags, de volledigheid van de getagde informatie, en de consistentie tussen de voor de mens leesbare en machine-leesbare versie. De voorgestelde taxonomie verandert de assurancevereisten niet, maar illustreert wel dat digitale duurzaamheidrapportering een steeds belangrijker onderdeel wordt van de rapporteringsketen.

Bron: IFRS Foundation – ISSB proposes updates to its digital sustainability taxonomy

1.2. EU – EFRAG treedt toe tot de PCAF Engagement Groep voor financiële instellingen en toezichthouders

De Europese Adviesgroep voor Financiële Verslaggeving (EFRAG) heeft op 12 augustus 2026 aangekondigd dat het is toegetreden tot de Engagementgroep voor centrale banken en financiële toezichthouders van het Partnerschap voor koolstofboekhouding in de financiële sector (PCAF). Deze groep wil de dialoog en samenwerking tussen PCAF, centrale banken, financiële toezichthouders, en standaardsetters versterken, met bijzondere aandacht voor de afstemming en consistente toepassing van methodologieën voor de berekening van emissies die verbonden zijn aan financiële activiteiten.

Voor financiële instellingen is dit belangrijk om op te volgen omdat PCAF-methodologieën in de praktijk veel worden gebruikt voor de berekening van gefinancierde emissies. De toetreding van EFRAG kan bijdragen tot een betere aansluiting tussen methodologieën voor broeikasgasboekhouding en de rapporteringsvereisten onder de ESRS.  Voor bedrijfsrevisoren is deze ontwikkeling vooral interessant bij de controlewerkzaamheden over klimaatgerelateerde informatie van banken en andere financiële instellingen, waar methodologische keuzes rond gefinancierde emissies een belangrijke invloed kunnen hebben op de gerapporteerde Scope 3-emissies.

Bron: EFRAG Joins the PCAF Engagement Group | EFRAG

2. Wetgevende en regelgevende ontwikkelingen

2.1. BE – Wet van 15 juli 2026 verleent bijkomende CSRD-vrijstelling aan bepaalde organisaties van openbaar belang (OOBs)

De wet van 15 juli 2026 tot wijziging van artikel 116 van de wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie werd op 31 juli 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en trad diezelfde dag in werking. De wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2026/470 (Omnibus I) en voert voor bepaalde OOBs die reeds onder de eerste toepassingsgolf van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) vielen, een bijkomende vrijstelling in voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2026.

Concreet worden de betrokken vennootschappen vrijgesteld van de Belgische CSRD-rapporteringsvereisten wanneer deze op de balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar noch een jaarlijkse netto-omzet van meer dan € 450 miljoen, noch een jaargemiddelde van meer dan 1.000 personeelsleden overschrijden. Voor moedervennootschappen worden dezelfde drempels op geconsolideerde basis toegepast. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat een berekening op jaarbasis volstaat om vast te stellen of de drempels worden overschreden.

Voor Belgische ondernemingen die reeds voor boekjaar 2024 en/of 2025 onder de CSRD rapporteerden, kan dit een belangrijke wijziging betekenen.  Ondernemingen die onder de nieuwe drempels blijven, kunnen vanaf boekjaar 2026 van de wettelijke rapporterings- en assuranceverplichtingen worden vrijgesteld. Dit neemt niet weg dat deze groepen vrijwillig duurzaamheidsinformatie kunnen blijven publiceren en dat informatievragen vanuit banken, klanten, of andere partijen in de waardeketen kunnen (en waarschijnlijk zullen) blijven bestaan. Voor bedrijfsrevisoren is het belangrijk om tijdig met hun cliënten die in scope zijn, te beoordelen of de nieuwe vrijstelling van toepassing is, welke gevolgen dit heeft voor geplande assurance-werkzaamheden, en hoe hierover duidelijk wordt gecommuniceerd in de overgang van verplichte naar eventuele vrijwillige rapportering.

Bron: Justel databank

2.2. EU – Formele registratieperiode voor ESG-ratingaanbieders bij ESMA gestart

Middelgrote en grote aanbieders van ESG-ratings die hun diensten in de Europese Unie willen blijven aanbieden, dienden de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) tussen 2 juli en 2 augustus 2026 in kennis te stellen van hun voornemen om actief te blijven. Dit volgt op de toepassing vanaf 2 juli 2026 van Verordening (EU) 2024/3005 betreffende de transparantie en integriteit van ESG-ratingactiviteiten. Na deze kennisgeving kunnen aanbieders die onder de gewone vergunningsregeling vallen vanaf 2 augustus 2026 hun formele aanvraag tot vergunning indienen, en dit uiterlijk tot 2 november 2026. ESMA wordt de rechtstreekse toezichthouder op deze aanbieders. Voor kleinere aanbieders geldt een afzonderlijk tijdelijk regime.

Voor ondernemingen is deze ontwikkeling belangrijk om op te volgen omdat ESG-ratings worden gebruikt door investeerders, banken, klanten, en andere belanghebbenden, en daardoor een invloed kunnen hebben op financiering, communicatie met investeerders, en reputatie. De Europese regeling beoogt onder andere meer transparantie over methodologieën, databronnen, governance, en belangenconflicten.

Bron: ESMA – ESG Rating Providers: Registration, toepasselijke procedure vanaf 2 augustus 2026

2.3. EU – Verordening verpakking en verpakkingsafval (PPWR) wordt van toepassing

Sinds 12 augustus 2026 is Verordening (EU) 2025/40 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval (Packaging and Packaging Waste Regulation of PPWR) algemeen van toepassing. De Verordening vervangt het vroegere richtlijnkader en voert rechtstreeks toepasselijke regels in voor verpakkingen en verpakkingsafval in de EU.  Deze bevat onder meer vereisten inzake de samenstelling en recycleerbaarheid van verpakkingen, het beperken van bepaalde schadelijke stoffen en overmatige verpakking, informatie- en etiketteringsvereisten, en doelstellingen inzake hergebruik en afvalpreventie. Sommige verplichtingen worden evenwel gefaseerd van toepassing, zodat ondernemingen de concrete toepassingsdata per verplichting afzonderlijk dienen op te volgen.

Voor vele ondernemingen zal dit merkbaar zijn omdat de PPWR niet alleen verpakkingsproducenten raakt, maar ook ondernemingen verder in de waardeketen (inclusief kleine en middelgrote ondernemingen) die verpakte producten op de EU-markt brengen of verpakkingen op hun beurt gebruiken in hun waardeketen.  De toepassing vanaf 12 augustus 2026 kan daarom aanleiding geven tot bijkomende datavragen over materiaalgebruik, recycleerbaarheid, gerecycleerde inhoud, hergebruik, en verpakkingsafval. Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken tussen informatie die wettelijk vereist is en bijkomende informatie die bepaalde klanten contractueel opvragen bij hun leveranciers. 

De Europese Commissie heeft op 3 augustus ook een FAQ document uitgebracht.  Daar staat onder andere in dat nationale overheden gevraagd worden geen strikt sanctie-georiënteerd beleid te voeren, maar eerst te vragen de situatie te regulariseren als inbreuken worden vastgesteld.

Bedrijfsrevisoren dienen aandachtig te zijn wanneer PPWR-informatie wordt opgenomen in duurzaamheidsrapportering, in prestatie-indicatoren (KPI’s), milieubeweringen, of andere externe communicatie. De Verordening creëert op zichzelf geen algemene assuranceverplichting voor duurzaamheidsinformatie, maar de onderliggende verpakkingsdata kunnen wel relevant zijn voor de controleerbaarheid en consistentie van gerapporteerde circulaire-economie-informatie, onder meer in het kader van ESRS E5 (hulpbronnengebruik en circulaire economie).

Bronen: Verpakking en verpakkingsafval (vanaf 2026) | EUR-Lex
FAQ on Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) - Environment

3. Overige aspecten

3.1. EU – Aanhoudende hitte en droogte maken fysieke klimaatrisico’s steeds concreter voor Europese ondernemingen

De uitzonderlijke hitte, droogte, en bosbranden die grote delen van Europa in juli en augustus 2026 hebben getroffen, tonen opnieuw dat fysieke klimaatrisico’s niet alleen een langetermijnrisico zijn. In verschillende landen worden landbouwopbrengsten getroffen, staan watervoorraden onder druk en veroorzaken lage waterstanden problemen voor transport en logistiek. Ook energieproductie en infrastructuur worden geraakt, terwijl extreme hitte de arbeidsproductiviteit vermindert en gezondheidsrisico’s verhoogt. De gebeurtenissen van deze zomer illustreren daardoor hoe klimaatrisico’s zich tegelijk via verschillende economische kanalen kunnen materialiseren.

Ook voor België is de boodschap relevant. De Belgische economie is sterk verweven met Europese waardeketens en is bovendien gevoelig voor verstoringen in logistiek, industrie, landbouw, en in arbeidsproductiviteit.  Zelfs wanneer de directe temperatuurschade in België lager zou zijn dan in bepaalde Zuid-Europese landen, kunnen indirecte effecten via leveranciers, transportverbindingen, energieprijzen, voedselprijzen, en afzetmarkten aanzienlijk zijn. Deze ervaring  leert dat fysieke klimaatrisico’s niet enkel een toekomstig scenario zijn, maar zich reeds vandaag kunnen vertalen in meetbare economische verliezen.

Voor ondernemingen onderstreept dit het belang om klimaatadaptatie niet te beperken tot algemene beleidsverklaringen, maar te koppelen aan concrete operationele risico’s, investeringen en financiële planning.   De impact kan zich onder meer vertalen in lagere productiviteit, hogere energie- en verzekeringskosten, schade aan activa, leveringsproblemen en aanpassingsinvesteringen.  Voor bedrijfsrevisoren zijn deze ontwikkelingen ook belangrijk om op te volgen omdat dergelijke externe economische informatie kan worden gebruikt bij het kritisch beoordelen van managementveronderstellingen over fysieke klimaatrisico’s, financiële effecten en veerkracht.   Hierbij is de consistentie tussen de ESRS E1 (klimaatverandering) rapportering en financiële verslaggeving een aandachtspunt, bijvoorbeeld wanneer klimaatrisico’s een impact kunnen hebben op waarderingen, gebruiksduren van activa, voorzieningen, kasstroomprognoses of continuïteitsanalyses, en schattingen, en toelichtingen over “verwachte” financiële effecten.

Bronnen: Economic losses and fatalities from weather- and climate-related extremes | Publications | European Environment Agency (EEA)
Heatwaves could cost France €10-15 billion, environment minister says | Reuters

Gerelateerd

ESG-nieuws 16 juli - 30 juli 2026

Harry Everaerts, Ere-bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 1 - 15 juli 2026

Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor

Nog twee weken om uw duurzaamheidsrapport in te dienen voor de BAS 2026!