2 november 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

1. Rapporteringsraamwerken en standaardsetting

1.1. INT – ISSB publiceert ontwerp Practice Statement over natuur-gerelateerde informatie

Op 22 oktober 2026 publiceerde de International Sustainability Standards Board (ISSB) een ontwerp van Practice Statement over natuur-gerelateerde informatie. Het ontwerp bouwt voort op IFRS S1 (algemene vereisten) en op het werk van de Taskforce voor Nature-related Financial Disclosures (TNFD). Het behandelt risico’s en opportuniteiten die samenhangen met de afhankelijkheid van, en impact op, de natuur.

Het ontwerp werkt vooral de weerbaarheid van strategie en bedrijfsmodel uit via natuur-gerelateerde scenarioanalyse. Het voorziet ook informatie over het bedrag en het aandeel van activa of activiteiten die aan natuurrisico’s zijn blootgesteld of met natuur-gerelateerde opportuniteiten samenhangen. De locatie van eigen activiteiten en activiteiten in de waardeketen spelen daarbij een centrale rol.

De ISSB wil met dit initiatief van een (draft voorlopig) practice statement concreter maken hoe ondernemingen over natuur-gerelateerde risico’s en opportuniteiten rapporteren. IFRS S1 omvat die onderwerpen al wanneer deze de financiële vooruitzichten van vennootschappen kunnen beïnvloeden, maar bevat weinig specifieke uitwerking voor het onderwerp “natuur”. Het ontwerp verduidelijkt bijvoorbeeld welke informatie over locaties, afhankelijkheid van water, en weerbaarheid van het bedrijfsmodel, nuttig is voor investeerders.

Het ontwerp heeft duidelijk inhoudelijke raakvlakken met een aantal van de milieu-gerelateerde Europese Duurzaamheidsrapporteringsstandaarden (ESRS), dus ESRS E2 (vervuiling), ESRS E3 (water), ESRS E4 (biodiversiteit), en ESRS E5 (circulariteit), en is dus zeker nuttig als bron van inspiratie (door de verschillende voorbeelden die beschreven staan) voor ondernemingen die rapporteren onder ESRS.  Dit is positief maar is er geen volledige overeenstemming, waarbij we noteren dat het materialiteitsperspectief (enkel financiële materialiteit onder de IFRS standaarden en dubbele materialiteit onder de ESRS standaard) één van de belangrijke verschillen blijft. 

De consultatie loopt tot 19 februari 2027.

Bron

IFRS Foundation – ISSB consults on its proposals for nature-related disclosures, 22.10.2026

1.2. EU – GRI reageert op het ontwerp van de standaarden ESRS 40a

Op 19 oktober 2026 heeft het Global Reporting Initiative (GRI) gereageerd op het ontwerp van de ESRS 40a-standaarden, dus het ontwerp van de standaarden voor impactrapportering door bepaalde grote niet-EU-groepen met belangrijke activiteiten in de EU.

GRI vraagt om de bestaande GRI-rapportering te kunnen gebruiken om alzo dubbele informatieverzameling te beperken. Volgens de eigen vergelijking van GRI, dekken de GRI-rapporteringsstandaarden namelijk 97% van de ESRS 40a-toelichtingsvereisten en 79% van de datapunten (geheel of gedeeltelijk).

Bron

GRI – Leveraging global practice for efficient EU impact reporting by non-EU companies, 19.10.2026

1.3. EU – ESMA adviseert een eenvoudiger taxonomierapportering

Op 29 oktober 2026 publiceerde de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) een definitief technisch advies over de taxonomie-indicatoren. Voor niet-financiële ondernemingen stelt ESMA voor de verplichte indicator voor operationele uitgaven (OpEx) te beperken tot de niet-geactiveerde uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. De huidige indicator omvat daarnaast onder meer bepaalde onderhoudskosten, renovatiekosten en kortlopende leasekosten. Volgens ESMA levert de verzameling van die gegevens relatief weinig aanvullende informatie op naast de twee andere verplichte prestatie-indicatoren, namelijk omzet en investeringsuitgaven (CapEx).  De bestaande materialiteitsverlichtingen blijven in het voorstel behouden. Bij groepen met financiële en niet-financiële activiteiten stelt de Europese toezichthouder voor het concept van de gewogen gemiddelde indicator te schrappen.

Het gaat om een advies aan de Europese Commissie, niet om reeds gewijzigde regels. Voor ondernemingen kan de voorgestelde beperking van OpEx, indien het verder wordt doorgevoerd in bindende wetgeving, het classificeren van kosten voor de taxonomierapportering vereenvoudigen.

Bron

ESMA – ESMA proposes simpler EU Taxonomy reporting, 29.10.2026

1.4. EU – Platform on Sustainable Finance reageert op ESRS 40a

Op 26 oktober 2026 publiceerde het Platform on Sustainable Finance, een adviesorgaan van de Europese Commissie, hun standpunt over ESRS 40a. Het bepleit een wereldwijde rapporteringsperimeter en vrijwillige taxonomie-informatie over EU-dochterondernemingen van niet-EU-groepen. Dit is een advies, geen standpunt van de Commissie of nieuwe regelgeving.

Volgens het Platform bemoeilijkt het afzonderen van EU-gerelateerde impacten de rapportering en de assurance. Voor ondernemingen en bedrijfsrevisoren onderstreept dit het belang van een onderbouwde perimeter en traceerbare gegevens uit de wereldwijde waardeketen.

Bron

Platform on Sustainable Finance – Standpunt over ESRS 40a, 26.10.2026

2. Wetgevende en regelgevende ontwikkelingen

2.1. EU – Voorlopig akkoord over de marktstabiliteitsreserve voor emissierechten

Op 20 oktober 2026 bereikten Raad en Parlement een voorlopig akkoord over het Europese emissiehandelssysteem (ETS), bekendgemaakt op 21 oktober. De drempel waarboven emissierechten in de marktstabiliteitsreserve vervallen, stijgt van 400 naar 700 miljoen emissierechten. De marktstabiliteitsreserve is een buffer voor emissierechten binnen het Europese emissiehandelssysteem. Eén emissierecht geeft een onderneming het recht om één ton CO₂-equivalent uit te stoten.   Dit voorlopig akkoord betekent dus dat er 300 miljoen meer rechten in de reserve kunnen behouden blijven. Die komen niet automatisch op de markt. De regels voor vrijgave blijven gelden.

Formele goedkeuring volgt nog. Ondernemingen met emissiekosten en hun bedrijfsrevisoren dienen deze ontwikkeling te volgen, aangezien het belang hiervan bij de beoordeling van toekomstige koolstofkosten. Het akkoord garandeert geen lagere prijs.

Bron

Raad van de EU – Voorlopig akkoord over de marktstabiliteitsreserve, 21.10.2026

3. Overige aspecten

3.1. EU – Nieuwe cijfers tonen het gebruik van de taxonomie bij investeringen

Op 20 oktober 2026 publiceerde de Europese Commissie nieuwe cijfers over duurzame investeringen. De bijbehorende gegevens tonen € 323,8 miljard aan taxonomie-afgestemde (aligned) investeringsuitgaven over 2025. De ondernemingsgegevens omvatten de EU, Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. De data tonen wel aanzienlijke verschillen tussen de verschillende landen.   Afgezet tegen de totale bedrijfsinvesteringen per land liggen de gerapporteerde taxonomie-afgestemde investeringsuitgaven het hoogst in Nederland, gevolgd door Denemarken, Duitsland, en Spanje.  De gegevens tonen tevens aan dat onder de Europese standaard voor groene obligatieleningen, sinds de toepassing ervan, ongeveer € 60 miljard is uitgegeven. De landentabel vermeldt voor België twee emittenten en ongeveer € 2,1 miljard aan uitgiften.

Voor ondernemingen die taxonomie-afgestemde investeringen plannen, tonen de uitgiftecijfers dat de Europese “green bond” standaard daadwerkelijk als financieringsinstrument wordt gebruikt. Of een uitgifte haalbaar en aantrekkelijk is, hangt af van het specifieke financieringsdossier in kwestie.

Bron

Europese Commissie – Commission data shows continued growth in sustainable investments across the EU, 20.10.2026

3.2. INT – UNEP licht de gevolgen van een tijdelijke overschrijding van 1,5 °C toe

Op 21 oktober 2026 presenteerde het VN-Milieuprogramma (UNEP) het Emissions Gap Report 2026. In het onderzochte scenario met een zo beperkt mogelijke overschrijding van 1,5 °C piekt de opwarming rond het midden van de eeuw op ongeveer 1,7 tot 1,8 °C. Een terugkeer tot 1,5 °C of lager tegen 2100 heeft in dit scenario ongeveer 50% kans. Het scenario vergt wereldwijde emissiereducties van 18% tegen 2030 en 45% tegen 2035 ten opzichte van 2025, samen met toenemende CO₂-verwijdering. Dit zijn mondiale scenario-uitkomsten en geen reductievereisten voor afzonderlijke ondernemingen.

Een onderneming kan haar eigen uitstoot verminderen volgens een traject voor 1,5 °C en toch aan sterkere opwarming blootstaan. Bij investeringen met een lange gebruiksduur is daarom ook de weerbaarheid tegen hitte, watertekort of andere lokaal relevante klimaatrisico’s zeker van belang.   Dit rapport wordt daarom aanbevolen om door te nemen.

Bron

UNEP – New UNEP report lays out emission cuts needed for return to 1.5°C, 21.10.2026

3.3. EU – EFRAG vraagt input voor zijn werkprogramma duurzaamheidsrapportering 2027–2029

Op 16 oktober 2026 opende de Europese Adviesgroep voor Financiële Verslaggeving (EFRAG) een consultatie over wat de prioriteiten dienen te zijn van de organisatie omtrent duurzaamheidsrapportering vanaf midden 2027. EFRAG is met deze consultatie voornamelijk op zoek naar input van belanghebbenden om te beslissen waar toekomstige initiatieven en inspanningen de meeste toegevoegde waarde kunnen hebben. Zulke feedback/input kan betrekking hebben op (i) de strategische richting die EFRAG dient uit te gaan en het evenwicht van de activiteiten inzake duurzaamheidsrapportering, (ii) toekomstige activiteiten rond implementatie en de verwachte resultaten daarvan, (iii) de behoeften van belanghebbenden en de daarmee samenhangende technische uitdagingen met betrekking tot implementatie, en (iv) de belangrijkste onderwerpen waarvoor onderzoek naar opkomende trends en vraagstukken nuttig kan zijn.

Ondernemingen en andere belanghebbenden kunnen de survey invullen tot 15 februari 2027.

Bron

EFRAG – Consultatie werkprogramma 2027–2029, 16.10.2026

Gerelateerd

ESG-nieuws - 1 - 15 oktober 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 1 - 15 oktober 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 16 - 30 september 2026

Harry Everaerts, ere-bedrijfsrevisor