9 februari 2024

Overeenkomstig artikel 12 § 2 van het koninklijk besluit van 20 maart 2022 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking, de controle en de onafhankelijkheid van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI), verzoekt de CFI jaarlijks aan het IBR om de door de bedrijfsrevisoren verschuldigde vaste bijdrage in de werkingskosten van de Cel te innen. 

In het verleden ontvingen de bedrijfsrevisoren natuurlijke personen hiervoor jaarlijks een factuur van het IBR, hetzij rechtstreeks hetzij via het kantoor waaraan ze verbonden zijn.

Overeenkomstig voormeld artikel vraagt de CFI aan het IBR om deze bijdrage (20,55 EUR) voortaan niet enkel op te vragen voor de bedrijfsrevisoren natuurlijke personen, maar ook voor de bedrijfsrevisorenkantoren en voor de stagiairsbedrijfsrevisoren. 

Bijgevolg zal in de loop van 2024 eveneens aan elk bedrijfsrevisorenkantoor en aan elke stagiair-bedrijfsrevisor de CFI-bijdrage worden gefactureerd.

De Raad besliste in de vergadering van 26 januari 2024 dat de factuur voor deze CFI-bijdrage zal worden gericht aan het kantoor van de stagemeester van de betrokken stagiair-bedrijfsrevisor. Het facturatieadres wordt in het portaal van de stagiair dan ook standaard op deze wijze ingesteld. Indien het aangeduide  facturatie-adres op de factuur niet dit is van de stagemeester, kan er contact worden opgenomen met het IBR om over te gaan tot aanpassing ervan. 

De facturen m.b.t. de bedrijfsrevisorenkantoren zullen elektronisch worden verstuurd naar het e-mailadres voor facturatie dat reeds in het openbaar register opgenomen is.

Gerelateerd

Nieuwe toelichting met betrekking tot de melding van informatie aan de CFI

Advies 2011/04: beroepsgeheim van de bedrijfsrevisor en de verklaring van verdenking aan de CFI