3 februari 2026

Deze mededeling heeft tot doel de bedrijfsrevisoren te informeren over de stand van zaken van het wetsontwerp tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (hierna “wetsontwerp meerwaardebelasting”), meer bepaald met betrekking tot de rol die bedrijfsrevisoren in het kader van dit wetsontwerp spelen, en over de door het Instituut geplande acties ter zake.

1. Context

Op 17 december 2025 legde de federale regering het wetsontwerp meerwaardebelasting neer in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Artikel 11 van het wetsontwerp vervangt artikel 102 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB92”). Paragraaf 4, derde lid, van het nieuwe artikel 102 WIB92 bepaalt: “In afwijking van het tweede lid, 2°, c), of voor de financiële activa waarbij de methodes zoals opgenomen in het tweede lid niet van toepassing zijn, kan de belastingplichtige hun waarde vaststellen als zijnde gelijk aan hun waarde op 31 december 2025, zoals bepaald uiterlijk op 31 december 2027 door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerd accountant, waarbij geen van beiden de gebruikelijke bedrijfsbeoefenaar mag zijn” (eigen onderlijning).

Het wetsontwerp geeft bedrijfsrevisoren bijgevolg een centrale rol in het kader van de toepassing van de zogenaamde vrijstelling van de historische meerwaarden, te verstaan als de meerwaarden opgebouwd vóór 1 januari 2026.

2. Wat is de stand van zaken van de parlementaire behandeling van het wetsontwerp meerwaardebelasting?

Het wetsontwerp meerwaardebelasting werd nog niet goedgekeurd door en gestemd in de Kamer van volksvertegenwoordigers. De meerwaardebelasting is bijgevolg nog niet van toepassing.

Dit is momenteel de stand van zaken van de behandeling van het wetsontwerp meerwaardebelasting in de Kamer van volksvertegenwoordigers:

  1. 17 december 2025: de federale regering legt het wetsontwerp neer in de Kamer van volksvertegenwoordigers;
  2. 6 januari 2026: de eerste bespreking van het wetsontwerp in de bevoegde Kamercommissie (Financiën en Begroting) vindt plaats, waarbij de bevoegde minister (Jan Jambon) het ontwerp inleidt en voorstelt en de leden eerste opmerkingen geven en vragen stellen;
  3. 14 januari 2026: de Commissie Financiën en Begroting houdt een hoorzitting over het wetsontwerp, waarbij academici (Marc Bourgeois (ULiège), Mark Delanote (UGent), Yannick Dillen (Vlerick)), Febelfin en VFB (Vlaamse Federatie van Beleggers) gehoord worden;
  4. 20 januari 2026: de leden van de Commissie Financiën en Begroting leggen hun opmerkingen en vragen voor aan minister Jambon;
  5. 27 januari 2026: minister Jambon antwoordt in de Commissie Financiën en Begroting op de opmerkingen en vragen van de leden.

De verdere planning van de werkzaamheden in de Kamer van volksvertegenwoordigers is als volgt:

  1. 3 en 13 februari 2026: verdere bespreking en stemming van het wetsontwerp in de Commissie Financiën en Begroting;
  2. 2de helft van februari 2026: behandeling en stemming van het wetsontwerp in de Plenaire Vergadering van de Kamer.

Navraag bij de strategische beleidscel (“kabinet”) van de minister van Financiën leert dat de goedkeuring en stemming in de plenaire vergadering van de Kamer van volksvertegenwoordigers eind februari of begin maart 2026 wordt verwacht. Daarna volgt de bekrachtiging door het Staatshoofd en de publicatie in het Belgisch Staatsblad. De wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa zal van kracht worden tien dagen na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, m.a.w. waarschijnlijk ergens in de tweede helft van maart 2026. Zij zal van toepassing zijn met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 (art. 35 wetsontwerp meerwaardebelasting).

3. Wat betekent dit concreet voor de bedrijfsrevisor?

Zolang het wetsontwerp meerwaardebelasting niet goedgekeurd is door en gestemd is in de Kamer van volksvertegenwoordigers en vervolgens gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, kan de bedrijfsrevisor wachten met actie te ondernemen. De wet is immers nog niet van kracht en de meerwaardebelasting nog niet van toepassing.

Eenmaal dit wel het geval is, zal er ook nog geen sprake zijn van hoogdringendheid omwille van de algemene structuur en toepassing van de Belgische inkomstenbelasting in het algemeen en de nieuwe meerwaardebelasting in het bijzonder.

De meerwaardebelasting zal van toepassing zijn op meerwaarden die worden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Concreet betekent dit dat de nieuwe belasting voor het eerst toepasselijk zal zijn op meerwaarden gerealiseerd op financiële activa in het inkomstenjaar 2026. Die meerwaarden zullen door de fiscus echter pas behandeld worden in het aanslagjaar 2027. Bijgevolg zal de effectieve verwerking uiterlijk – naargelang van het geval – in juni of oktober 2027 moeten gebeuren (aangifte inkomstenjaar 2026).

Dit tijdspad geeft de bedrijfsrevisor die dit wenst voldoende tijd om:

  1. de gezamenlijke technische nota van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) en het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA) af te wachten;
  2. eventuele vragen en onduidelijkheden eerst op te helderen.

 4. Hoe zal het Instituut de bedrijfsrevisor praktisch ondersteunen?

Om de bedrijfsrevisor toe te laten zijn waarderingsopdracht in het kader van de meerwaardebelasting uit te voeren, werkt het IBR in samenwerking met het ITAA momenteel aan een toelichting van de deontologische principes die op deze opdracht van toepassing zijn, aan de organisatie van vormingen en aan de opstelling van een technische nota. Dit alles zal beschikbaar worden in de eerste maanden van 2026 en dus parallel met de vermoedelijke publicatie in het Belgisch Staatsblad van de wet tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa.

Gerelateerd