25 september 2020

Op 22 september 2020 werd het Koninklijk Besluit van 11 september 2020 tot opheffing van de koninklijke besluiten bedoeld in artikel 145, 1°, 2°, 4°, 7°, 8° en 12° van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De volgende Koninklijke Besluiten werden opgeheven vermits ze irrelevant geworden zijn gevolg gevend aan de inwerkingtreding van de wet van 7 december 2016, aan het einde van de behandeling van de oude tuchtdossiers, aan het einde van de overgangsmaatregelen die erin voorzien werden en aan  de inwerkingtreding van het WVV.

  • het Koninklijk Besluit van 21 april 2007 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen;
  • het Koninklijk Besluit van 25 april 2007 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen met het oog op het omzetten van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen ;
  • het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende coördinatie van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor en van het koninklijk besluit van 21 april 2007 tot omzetting van bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen ;
  • het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende benoeming van leden van de Tuchtcommissie bij het Instituut van de Bedrijfsrevisoren; en 
  • het Koninklijk Besluit van 30 april 2007 houdende benoeming van leden van de Kamer van verwijzing en instaatstelling.

Het Koninklijk Besluit van 10 januari 1994 betreffende de plichten van de bedrijfsrevisoren bleef echter van toepassing voor de bedrijfsrevisoren in afwachting van de opheffing ervan en voor zover de deontologische bepalingen voorzien in de wet van 7 december 2016 en het Wetboek van vennootschappen en verenigingen er niet van afweken en dit overeenkomstig het principe : « lex posterior derogat legi priori ».

Gerelateerd

Mededeling 2022/08: Wijziging van de voorwaarden voor de toekenning en tot intrekking van de hoedanigheid van bedrijfsrevisoren door het Instituut en verruiming van de uitzondering op het beroepsgeheim

Advies 2021/05: Verduidelijking van de termen “relevante ethische voorschriften” in België – vervanging van advies 2019/07

Regels voor toegang tot het beroep van bedrijfsrevisor bijgewerkt