16 juni 2026
Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor
1.1. EU – EFRAG hervat werkzaamheden rond de ESRS voor niet-EU-groepen en lanceert een field test
De Europese Adviesgroep voor financiële Verslaggeving (EFRAG) heeft op 3 juni 2026 aangekondigd dat het de werkzaamheden rond de Europese Duurzaamheidsrapporteringsstandaard voor niet-EU-groepen (N-ESRS) terug heeft hervat. De standaard is relevant voor niet-EU-groepen met belangrijke activiteiten in de Europese Unie, dat wil zeggen, die een omzet hebben in de EU van meer dan € 450 miljoen en een dochtervennootschap of succursaal heeft met een jaarlijkse omzet van tenminste € 200 miljoen. EFRAG verwacht in de tweede helft van juli 2026 een publieke consultatie te lanceren over het ontwerp van de N-ESRS (het zullen ook 12 standaarden zijn zoals de ESRS), met een consultatieperiode van 100 dagen. Tegelijk vraagt EFRAG aan ondernemingen om zich vóór 1 juli 2026 te melden voor een field test om de haalbaarheid en werkbaarheid van de voorgestelde vereisten te kunnen beoordelen, met bijzondere aandacht voor interoperabiliteit, de zogenaamde mixed approach (voor sommige informatie zal de scope de globale groep omvatten, bijvoorbeeld voor klimaat, en voor sommige informatie enkel een Europese scope, bijvoorbeeld voor sociale thema’s) en verwijzingen naar EU-wetgeving.
Voor Belgische ondernemingen met een niet-EU-moedermaatschappij die voldoet aan de criteria, is dit een belangrijke evolutie om op te volgen. De toekomstige N-ESRS zal immers mee bepalen welke duurzaamheidsinformatie op groepsniveau dient te worden verzameld (het gaat hierbij om impacten en niet over risico’s en opportuniteiten, wat een verschil is met ESRS), hoe EU-dochterondernemingen of EU-branches bij dat proces betrokken worden, en hoe informatie uit niet-EU-entiteiten dient te worden gestructureerd. Dit heeft dus niet enkel een rapporteringsdimensie, maar tevens een governance aspect, en een dataverzamelingsdimensie.
Voor bedrijfsrevisoren kan dit relevant zijn, want ze zullen dienen te beoordelen of de rapporteringsgrens, de groepsstructuur, de datastromen en de documentatie met betrekking tot niet-EU-entiteiten voldoende robuust zijn. Ook de vraag of, en hoe, bestaande internationale rapporteringsraamwerken kunnen worden gebruikt voor N-ESRS-doeleinden, zal in de praktijk belangrijk zijn voor planning, materialiteitsbeoordeling, groepsinstructies en het verkrijgen van de gepaste bewijsstukken.
De eerste rapportering zal betrekking hebben op boekjaar 2028, met de resulterende publicatie in 2029. Volgens EFRAG bronnen is er een voorlopige inschatting dat 1.200 vennootschappen/groepen in scope zullen zijn van de N-ESRS.
Bron:
1.2. INT – Het SBTi publiceert Corporate Net-Zero Standard Version 2.0
Het Science Based Targets initiative (SBTi) heeft op 11 juni 2026 de Corporate Net-Zero Standard Versie 2.0 gepubliceerd. Het gaat om een belangrijke herziening van de standaard waarbij de nadruk van louter target-setting verschuift naar de effectieve implementatie van klimaatdoelstellingen in de bedrijfsvoering, waardeketen, en kapitaalallocatie. De nieuwe versie bevat onder meer een sterkere focus op jaarlijkse voortgangsrapportering en periodieke beoordeling, en een benadering waarbij ondernemingen op “best efforts” basis dienen aan te tonen welke acties zij ondernemen, welke barrières vennootschappen ondervinden en hoe zij daarmee omgaan. Validatie van doelstellingen onder Versie 2.0 wordt verwacht vanaf het eerste kwartaal van 2027. Ondernemingen kunnen tijdens een overgangsperiode nog doelstellingen indienen onder de huidige Corporate Net-Zero Standard (versie 1.3.1).
Voor ondernemingen is deze ontwikkeling belangrijk omdat SBTi-validatie vaak wordt gebruikt in klimaatstrategieën, transitieplannen, duurzaamheidsrapportering, financieringsgesprekken, ratingprocessen, en communicatie met klanten en investeerders. Voor bedrijfsrevisoren is dit relevant omdat SBTi-doelstellingen en net-zero claims vaak worden opgenomen in duurzaamheidsrapporten, jaarverslagen, transitieplannen of andere publieke communicatie. Hoewel SBTi geen wettelijke rapporteringsstandaard is en naleving van SBTi niet gelijkstaat aan naleving van CSRD of ESRS, kan de standaard wel een belangrijke referentie vormen bij de beoordeling van klimaatdoelstellingen, transitierisico’s en de consistentie van beweringen onder ESRS E1.
Bron:
The Corporate Net-Zero Standard - Science Based Targets Initiative
2.1. BE – Voorgestelde wijziging van artikel 116 van de wet van 2 december 2024
Op 8 juni 2026 heeft de Regering een wetsontwerp ingediend tot wijziging van artikel 116 van de wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie. Het wetsontwerp beoogt een gerichte wijziging van artikel 116 zodat bepaalde organisaties van openbaar belang (OOB) die vandaag nog tot de zogenaamde eerste golf behoren, maar vanaf 2027 buiten het gewijzigde toepassingsgebied vallen van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), voor boekjaar 2026 worden vrijgesteld van verplichte duurzaamheidsrapportering. Het gaat in essentie om OOB’s die niet boven de nieuwe Omnibus-I-drempels uitkomen, namelijk € 450 miljoen netto-omzet en 1.000 werknemers gemiddeld. De vrijstelling wordt enkel voor boekjaar 2026 ingevoerd, omdat de rapporteringen over 2025 voor de wave-1 bedrijven in de praktijk, in de meeste gevallen al gepubliceerd zijn. Vrijwillige CSRD-rapportering blijft uiteraard wel mogelijk en dit wordt ook zo vermeld in de tekst van het wetsontwerp. De data voor de tweede, derde en vierde golf van bedrijven in scope van de CSRD worden door dit ontwerp niet gewijzigd.
Volgens het ontwerp zal de wet in werking treden op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dit wordt waarschijnlijk verwacht vóór het einde van de zomerperiode of begin september.
Bron:
https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/56/1596/56K1596001.pdf
3.1. INT – GRI reageert op Europese consultaties over herziene ESRS en vrijwillige standaard
De Global Reporting Initiative (GRI) heeft begin juni 2026 gereageerd op de Europese consultaties over de herziene ESRS en de ontwerp vrijwillige rapporteringsstandaard. GRI plaatst de Europese vereenvoudiging in een bredere internationale context en benadrukt het belang om de EU-rapportering verbonden te houden met het wereldwijde rapporteringssysteem. Daarbij vraagt GRI aandacht voor internationale afstemming, vermindering van onnodige rapporteringslasten en behoud van informatie die nodig is om impact, risico's en opportuniteiten op een geloofwaardige manier te begrijpen.
Voor ondernemingen is dit relevant omdat een aantal (internationale) groepen niet in één rapporteringsuniversum leven. Ze dienen daarbij rekening te houden met ESRS, GRI, ISSB, eisen van ratingagentschappen, banken, klanten, en sectorinitiatieven. De discussie over vereenvoudiging mag daarom niet alleen worden bekeken als een vermindering van datapunten, maar ook als een vraag hoe ondernemingen één coherent rapporteringsmodel kunnen bouwen dat zowel impactmaterialiteit als financiële materialiteit ondersteunt. De GRI stelt daarbij dat een te mechanische schrapping van toelichtingen later kan leiden tot lacunes in communicatie met relevante belanghebbenden of in waardeketeninformatie.
Bron:
GRI - Keeping the EU connected to the global reporting system
3.2. EU – EFRAG actualiseert de VSME Digital Template en Excel-to-XBRL Converter
EFRAG heeft op 11 juni 2026 een geactualiseerde versie gepubliceerd van de VSME Digital Template en de Excel-to-XBRL Converter. De update introduceert verschillende personalisatiefuncties, zoals voetnoten, een inleiding bij het verslag, het logo, de coverafbeelding, de achtergrondafbeelding, kleurenthema, lichte of donkere modus en een “taaloverride”. De Excel-to-XBRL Converter laat ondernemingen toe om de ingevulde template om te zetten naar een tagged Inline XBRL-verslag en ondersteunt volledige XBRL-validatie. EFRAG geeft tegelijk aan dat de tools verder zullen worden aangepast na de publicatie van de toekomstige vrijwillige gedelegeerde handeling van de Europese Commissie op basis van VSME.
Bron:
EFRAG Integrates New Customization Features in the Excel-to-XBRL Converter | EFRAG
3.3. EU – EFRAG publiceert finale comment letter over GHG Protocol Actions and Market Instruments
EFRAG heeft op 12 juni 2026 zijn finale comment letter gepubliceerd over de Actions and Market Instruments (AMI) Phase 1 White Paper van het Greenhouse Gas (GHG) Protocol. EFRAG verwelkomt het initiatief, maar vraagt meer duidelijkheid over het doel van het AMI-traject. De nodige verduidelijking is relevant voor ondernemingen omdat toekomstige AMI-regels kunnen bepalen hoe ondernemingen claims kunnen onderbouwen zoals “low-carbon product”, “green steel”, “renewable fuel”, “avoided emissions”, “supplier decarbonisation” of “market-based reduction”. Als het kader te ruim wordt, bestaat het risico dat ondernemingen veel bijkomende informatie dienen te rapporteren. Als het kader te vaag blijft, verhoogt het risico op greenwashing of inconsistentie tussen ondernemingen.
Bron: