30 juni 2026

Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor

1. Rapporteringsraamwerken en standaardsetting

1.1. INT – De IAASB publiceert bijkomende FAQ’s over materialiteit onder ISSA 5000

Op 25 juni 2026 publiceerde de International Auditing and Assurance Standards Board (IAASB) een document met nieuwe veelgestelde vragen (FAQ’s) over het toepassen van materialiteit in assurance-opdrachten omtrent duurzaamheidsinformatie onder de International Standard on Sustainability Assurance (ISSA) 5000.  De FAQ’s behandelen onder meer de informatiebehoeften van gebruikers, kwalitatieve en kwantitatieve toelichtingen, dubbele materialiteit wanneer dit door het rapporteringskader wordt vereist, en de toepassing van materialiteit doorheen de volledige assurance-opdracht.

Dit is interessant voor bedrijfsrevisoren omdat materialiteit in duurzaamheidsinformatie vaak minder éénvoudig en éénduidig is in de praktische toepassing dan bij financiële informatie.  De FAQ’s wijzigen ISSA 5000 als dusdanig niet (ze zijn dus niet bindend), en alhoewel ISSA 5000 momenteel in België niet het wettelijke kader vormt voor CSRD-assurance-opdrachten, bieden deze FAQ’s wel nuttige interpretatieve ondersteuning voor het beroep.  Enkele (niet-exhaustieve) interessante opmerkingen bij deze FAQ’s zijn:

  • Om dubbele materialiteit niet te verwarren met assurance-materialiteit;
  • Dat één globale materialiteit voor het hele duurzaamheidsrapport niet de juiste aanpak is.  De bedrijfsrevisor zal in de praktijk met meerdere materialiteiten werken, bijvoorbeeld afzonderlijk vast te stellen voor emissies, water, veiligheid, taxonomie-indicatoren, personeelsindicatoren, narratieve claims, etc….;
  • Te realiseren dat het belangrijk is om (net zoals in een financiële audit) de uitvoeringsmaterialiteit te bepalen, om alzo het aggregatierisico te beperken;
  • Dat fouten van verschillende aard, context of gebruikersgevoeligheid, niet mechanisch mogen worden opgeteld of gecompenseerd;
  • Dat fouten in kwalitatieve informatie even belangrijk kunnen zijn als fouten in kwantitatieve prestatie-indicatoren;
  • De bevestiging dat één materieel verkeerde toelichting al kan leiden tot een conclusie met een voorbehoud.

Bron:

ISSA 5000 Frequently Asked Questions: The Application of Materiality | IAASB

2. Wetgevende en regelgevende ontwikkelingen

2.1. EU – De Europese Commissie lanceert  een consultatie over de implementatie van de CSDDD

De Europese Commissie (EC) zal richtlijnen publiceren die ondernemingen praktische ondersteuning bieden bij het nakomen van hun zorgvuldigheidsverplichtingen, de autoriteiten van de lidstaten helpen bij de implementatie en handhaving van de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), en belanghebbenden duidelijkheid geven over hoe zij hun rechten kunnen uitoefenen. De richtlijnen zullen ook verduidelijking brengen voor ondernemingen en andere belanghebbenden in niet-EU-landen die verbonden zijn met de toeleveringsketens van ondernemingen die onder de verplichtingen van de CSDDD vallen.

Belanghebbenden worden uitgenodigd om feedback te geven tot 24 juli 2026. De finale implementatierichtlijnen worden verwacht in het eerste kwartaal van 2027.  

Dit is een belangrijk op te volgen punt voor ondernemingen in scope van de CSDDD.   Ook voor bedrijfsrevisoren is dit relevant omdat due-diligenceprocessen kunnen doorwerken in governance, risicobeheer, interne controles, waardeketeninformatie, en de consistentie tussen duurzaamheidsrapportering en publieke statements.

Bron:

Corporate sustainability due diligence – development of guidelines

2.2. EU – De EBA vereenvoudigt ESG Pillar 3-rapportering voor banken en breidt de scope uit naar kleinere instellingen

De Europese Bank Autoriteit (EBA) heeft op 22 juni 2026 een finaal ontwerp van technische standaard (ITS) gepubliceerd tot wijziging van het Pillar 3 rapporteringskader.   Voor banken is dit belangrijk omdat het ESG-risicotransparantie niet verdwijnt, maar anders en meer proportioneel wordt georganiseerd. Grote banken zullen minder datapunten dienen te rapporteren, maar nog steeds wel relevante informatie over klimaatgerelateerde fysieke en transitierisico’s, blootstellingen aan fossiele brandstofsectoren, en de manier waarop ESG-risico’s worden geïntegreerd in de strategie, de governance, processen, en risicobeheer van de bank.  Kleinere banken worden voor het eerst explicieter in het ESG-Pillar 3-kader betrokken, waardoor ook zulke kleinere banken hun datacollectie, interne controles, en rapporteringsprocessen tijdig zullen dienen voor te bereiden.

Voor bedrijfsrevisoren is dit relevant omdat de kwaliteit van de bankrapportering mee zal afhangen van betrouwbare krediet-, sector-, emissie-, onderpand- en risicodata, en omdat banken op hun beurt ESG-informatie zullen blijven opvragen bij hun kredietnemers (inclusief kleine en middelgrote bedrijven), wat dus ook een invloed zal hebben op niet-financiële ondernemingen.

De ontwerptekst gaat nu voorgelegd worden aan de Europese Commissie alvorens er een publicatie zal gebeuren in het officieel journaal van de EU.

Bron:

Press releases | European Banking Authority

3. Overige aspecten

3.1.  EU – EFRAG publiceert nieuwe video’s over hoe KMO’s hun ervaring tonen met duurzaamheidsrapportering

De Europese Adviesgroep voor Financiële Verslaggeving (EFRAG) heeft negen video’s gepubliceerd met getuigenissen van Europese kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s/SME’s) die de vrijwillige rapporteringsstandaard (VSME) voor het eerst hebben gebruikt om hun duurzaamheidsverslagen op te stellen.

De video’s bieden praktische inzichten in waarom KMO’s besluiten om vrijwillig te rapporteren, welke uitdagingen ze hierbij ondervonden en welke lessen er kunnen getrokken worden.  De video’s tonen rapporteringsverantwoordelijken uit verschillende sectoren, waaronder kleinhandel, productie, IT-consultancy, zakelijke en professionele dienstverlening, en gegevensverwerking, en dit verspreid over verschillende EU-lidstaten.

De reeks bevat ook een Belgische bijdrage via de Europese Federatie van Accountants en Auditors (EFAA), de in Brussel gevestigde Europese koepelorganisatie voor accountants en auditors die KMO’s ondersteunen. Dit is geen klassieke Belgische KMO getuigenis, maar wel relevant voor revisoren en accountants die KMO’s begeleiden bij hun VSME-rapportering.

Bron:

From First Reports to Shared Learning: SMEs Showcase Their Sustainability Reporting Experience | EFRAG

3.2.  BE – FIDO oproep voor projecten omtrent maatschappelijke impact

Het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (FIDO) heeft in juni een projectoproep gelanceerd om ondernemingen en organisaties met minder dan 1.000 werknemers te ondersteunen die de impact van hun activiteiten in kaart willen brengen.   Er is hierbij een totaalbudget van € 200.000 uitgetrokken, en dit om een deel van de externe consultantkosten te compenseren van KMO’s bij de uitvoering van hun materialiteitsanalyses, de integratie hiervan met de strategie en het bepalen van actieplannen.

Dit is relevant voor bedrijfsrevisoren, zowel in hun capaciteit als auditor als in deze van adviseur, omdat vele van de KMO klanten mogelijks geïnteresseerd kunnen zijn in deze ondersteuning.   Indiening van projecten kan tot 31 augustus 2026.

Bron:

Projectoproep ter ondersteuning van maatschappelijk verantwoord ondernemen

Gerelateerd

ESG-nieuws - 1 - 15 juni 2026

Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 16 - 31 mei 2026

Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor

ESG-nieuws - 1 - 15 mei 2026

Harry Everaerts, Ere-Bedrijfsrevisor