23 april 2026
Normen inzake het verslag op te stellen bij de omzetting van een vennootschap (van toepassing vanaf 4 oktober 2002)
Deze norm is nog niet aangepast aan het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) (zie hierna, “lopende procedure”).
Naar aanleiding van het verzoek om verduidelijking dat door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) werd geformuleerd op 15 december 2025 en van de hoorzitting van het IBR bij de HREB op 2 april 2026 en van de opmerkingen die door de HREB in dat kader werden geformuleerd of van de opmerkingen van het College, de FSMA en/of de Nationale Bank van België, heeft op 22 april 2026 de Raad van het IBR een aangepast ontwerp van norm aangenomen. Het aangepaste ontwerp van norm ter goedkeuring voorgelegd aan de HREB en aan aan de minister van Economie, op 22 april 2026.
Deze ontwerpnorm werd uitgewerkt samen met het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA).
Op 15 oktober 2025 heeft de Raad van het IBR het ontwerpnorm inzake de opdracht van de beroepsbeoefenaar bij de omzetting van een entiteit ter goedkeuring voorgelegd aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en aan de minister van Economie. Deze ontwerpnorm werd uitgewerkt samen met het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA).
Het IBR heeft binnen de termijn van de openbare raadpleging van 2 respondenten (bedrijfsrevisoren, bedrijfsrevisorenkantoren die de vennoten en de medewerkers vertegenwoordigen, alsook van andere belanghebbende partijen) een reactie ontvangen.
U kan deze samen met het standpunt van de Raad van het IBR omtrent de ontvangen reacties hierna terugvinden. In het kader van de regelgeving betreffende de bescherming van het privéleven, werd de uitdrukkelijke toestemming van de respondenten gevraagd om de integrale brieven te publiceren op de website van het IBR.
De openbare raadpleging vond plaats van 3 juli tot 3 augustus 2025.
Historiek
In het kader van de goedkeuringsprocedure van het ontwerp van norm inzake de opdracht van de beroepsbeoefenaar in het kader van de beoordeling van het getrouw en voldoende zijn van de financiële en boekhoudkundige gegevens opgenomen in het verslag van het bestuursorgaan (Wetboek van vennootschappen en verenigingen) heeft de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) verschillende punten opgeworpen, die tevens een impact op een aantal andere normen die op dat ogenblik in openbare raadpleging waren. Eén van deze normen was het ontwerp van norm “omzetting van een entiteit”.
Na een periode van intensief overleg tussen het IBR, het ITAA en de HREB heeft de Raad van het IBR vastgesteld dat het op dat moment technisch niet mogelijk was om verder te gaan met het opstellen van de lopende gemeenschappelijke normen wat de bijzondere opdrachten uit het WVV betreft, die wij delen met de gecertificeerd accountants, zolang de problematiek omtrent het kwaliteitsmanagement binnen deze kantoren niet werd geregeld.
Om het algemeen belang te vrijwaren en de bedrijfsrevisoren zo snel mogelijk de rechtszekerheid te bieden bij de uitvoering van de opdrachten die hen door de wet werden toevertrouwd, was de Raad van het IBR van mening dat deze ontwerpnorm, in eerste instantie, enkel van toepassing zou zijn op de bedrijfsrevisoren. De Raad van het IBR vroeg bijgevolg op 10 november 2022 aan de HREB en de minister van Economie om de ontwerpnorm goed te keuren.
Beslissing van de HREB
Op 27 januari 2023 besliste de HREB dat het verzoek tot goedkeuring onontvankelijk was. Deze beslissing werd ons per aangetekend schrijven meegedeeld op 9 februari 2023. De Raad van het IBR heeft zijn ongenoegen hierover geuit.
Volgende stappen
De Raad van het IBR onderzoekt op dit moment de volgende stappen in het kader van de normatieve strategie.
De Raad heeft ter zake op 26 april 2023 een advies aangenomen: advies 2023/04.
Ontwerp van norm, zoals ter goedkeuring voorgelegd
Hieronder vindt u de ontwerpnorm, zoals ter goedkeuring voorgelegd aan de HREB en de minister van Economie.
Ontvangen commentaren op de openbare raadpleging die door het IBR werd georganiseerd en standpunt van de Raad van het IBR
Het IBR heeft binnen de termijn van de openbare raadpleging van 3 respondenten (bedrijfsrevisoren, bedrijfsrevisorenkantoren die de vennoten en de medewerkers vertegenwoordigen, alsook van andere belanghebbende partijen) een reactie ontvangen.
U kan deze samen met het standpunt van de Raad van het IBR omtrent de ontvangen reacties hierna terugvinden. In het kader van de regelgeving betreffende de bescherming van het privéleven, werd de uitdrukkelijke toestemming van de respondenten gevraagd om de integrale brieven te publiceren op de website van het IBR.
Consultatieprocedure
Van 19 oktober tot 18 december 2021 organiseerde de Raad van het IBR een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 31 van de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.